7201 (20 juli 2017)

Op donderdag 20 juli verschijnt nummer 7201. In deze aflevering zijn de volgende bijdragen opgenomen:

Prof. mr. F.P.G. Pötgens - Nederland en het MLI: de spanning stijgt?
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Prof. dr. ir. R. Arendsen - Zicht op vereenvoudiging?

Vereenvoudiging van het fiscaal recht is een terugkerend thema op de politieke agenda en in de vakliteratuur. In deze bijdrage maakt de auteur duidelijk op welke wijze en met welk begrippenapparaat vereenvoudiging binnen de fiscaliteit kan worden geanalyseerd en beoordeeld. Daarbij staat het gebruikersperspectief op de uitvoering van de belastingheffing centraal: de burger of het bedrijf als "gebruiker" van het belastingsysteem. De auteur schetst de stand van zaken van het huidige wetenschappelijke debat en beschrijft een beschouwingskader waarmee de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 onder de loep wordt genomen.
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Dr. A.W. Hofman - Winstsplitsing in het fiscale-eenheidsregime

Winstsplitsing in relatie tot het fiscale-eenheidsregime kan in verschillende situaties aan de orde komen. Niet alleen bij het verrekenen van voorvoegingsverliezen, maar onder meer ook bij toepassing van de latente liquidatieverliesregeling, de latente stakingsverliesregeling, bij "Papillon fiscale eenheden" en de renteaftrekbeperking van art. 15ad Wet VPB 1969. In deze bijdrage bespreekt de auteur de toepassing van de winstsplitsingsregels in deze situaties. Hierbij blijkt dat de winstsplitsingsvoorschriften tot onduidelijkheden en onbeoogde gevolgen kunnen leiden.
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Tegenspraak
Drs. H.J. Meijer - Een ongedekte lening van € 1 miljoen van de BV is verkapt dividend
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Drs. N. Ligthart – ‘Kunnen' en ‘willen' verschillen
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Mr. L.J.A. Pieterse - Efficiënte geschiloplossing in belastingzaken

Verslag van het VFM-lustrumcongres, gehouden op woensdag 14 juni 2017 te Utrecht
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Binnenkort in het Weekblad

Herziening gemeentelijk belastinggebied opportuun?

Prof. dr. J.A. Monsma en mr. A.P. Monsma gaan in op door een nieuw kabinet uit te werken voorstellen om € 4 miljard te verschuiven van de rijksbelastingen (IB/LB) naar de gemeentebelastingen. Die voorstellen behelzen een korting op het gemeentefonds, herinvoering van de OZB voor gebruikers van woningen, introductie van een ingezetenenbelasting en afschaffing van een zestal kleinere belastingen. De auteurs hebben onderzoek gedaan naar eerdere wijzigingen van het gemeentelijke belastinggebied en, via een vragenlijst onder gemeenten en belastingsamenwerkingen, naar de effecten van de voorstellen voor gemeenten en belastingbetalers. De geschiedenis leert dat niet alle belastingsoorten geschikt zijn als gemeentelijke belasting en dat in de Nederlandse verhoudingen een substantiële, betrouwbare en voorspelbare uitkering van het Rijk aan gemeenten onvermijdelijk is. De uitkomsten van de vragenlijst wijzen uit dat de voorgestelde wijzigingen voor individuele gemeenten en hun inwoners heel verschillend uitpakken. Er zal een lastenverschuiving optreden en een verhoogd beroep op kwijtschelding is aannemelijk. Een door het volgende kabinet te beantwoorden vraag is of deze effecten aanvaardbaar zijn.

De aanbevelingen van de ambtelijke werkgroep Wet DBA

Op verzoek van de Staatssecretaris van Financiën is een ambtelijke werkgroep aan de slag gegaan met de herijking van de begrippen "gezag" en "vrije vervanging". De werkgroep heeft haar taakopdracht zodanig omschreven dat er geen arbeidsrechtelijke herijking van genoemde begrippen plaatsvindt. De werkgroep komt met tien mogelijkheden welke slechts op grote lijnen zijn uitgewerkt. In deze bijdrage gaat J.H.P.M. Raaijmakers RB nader in op die tien varianten en zal ze van enige kanttekeningen voorzien. Conclusie is dat de tien varianten geen echte oplossing bieden. Wil er een echte oplossing komen die voor een langere periode toepasbaar is en blijft dan zal een herijking van het arbeidsrecht, van de fictieve dienstbetrekkingen tezamen met een oordeel over het IBO rapport over ZZP'ers noodzakelijk zijn. Daarbij geldt dan tevens dat er noodzakelijke tijd voor uitgetrokken zal moet worden, zowel voor de herijking als voor de eventuele aanpassingen van de wet- en regelgeving.

U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters

                   

Meest gelezen

Columns

Daar gaan we weer. Afgelopen weekend werd weer een hele...
Lijfrenten. In het regeerakkoord zoek je er tevergeefs...
Meer columns