Aansprakelijkstelling van middellijk oud-aandeelhouder na verkoop is terecht

Hof Den Haag oordeelt in hoger beroep dat het vermogen van C bv ten tijde van de verkoop van de aandelen niet toereikend was voor het voldoen van de op dat moment verschuldigde vennootschapsbelasting.

Belanghebbende, de heer X, is enig aandeelhouder en bestuurder van A bv. Tot medio 2008 is X via deze bv voor 50% aandeelhouder van C bv. In 2007 verkoopt C bv een onroerende zaak met boekwinst. Er is vervolgens een herinvesteringsreserve gevormd van € 2.865.811, C bv keert daarna dividenden uit van in totaal € 2.075.448 en lost € 609.767 schulden aan haar aandeelhouders af. Op 10 juni 2008 zijn alle C bv-aandelen verkocht aan J bv. Aan C bv is in 2014 een VPB-navorderingsaanslag opgelegd met een te betalen bedrag van € 875.200 (incl. heffingsrente van € 159.544). In geschil is of X door de ontvanger in 2016 terecht voor 50% daarvan aansprakelijk is gesteld (zie nr. 07/00708 voor de procedure van A bv). Volgens Rechtbank Den Haag is de aansprakelijkstelling niet terecht met betrekking tot de heffingsrente. De aansprakelijkstelling wordt verminderd tot € 357.828. X gaat in hoger beroep.

Hof Den Haag oordeelt dat het vermogen van C bv ten tijde van de verkoop van de aandelen niet toereikend was voor het voldoen van de op dat moment verschuldigde vennootschapsbelasting. Op grond van art. 12a Wet VPB 1969 is de herinvesteringsreserve namelijk direct voorafgaand aan de verkoop aan de winst toegevoegd. De verschuldigde VPB was € 715.656, zijnde de over de herinvesteringsreserve verschuldigde belasting. De verkopers hadden slechts € 261.148 als latent verschuldigde VPB in depot achtergelaten en J bv kon als koper vrijelijk over het depot beschikken. X stelt vergeefs dat hij te goeder trouw op adviezen van deskundigen is afgegaan. Door toedoen van X zelf kon C bv de verschuldigde VPB namelijk niet meer betalen (zie HR 27 juni 2014, nr. 13/03045, V-N 2014/34.25). Aangezien de Wet VPB 1969 niet onder het EU-recht valt, kan in het midden blijven of de ontvanger het verdedigingsbeginsel heeft geschonden. Het beroep van X is ongegrond.

Lees ook het thema Herinvesteringsreserve: onbelaste boekwinst voor herinvesteren in nieuwe bedrijfsmiddelen

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Invorderingswet 1990 40

U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters

Opinie

Sinds 1990 heeft de wetgever jarenlang met limiteringen...
In 1992 is de Brede Herwaardering I in werking getreden. Drie...
Het debat betreffende AI in de rechtspraak moet nu worden...
De verschillende benaderingen – ‘deferred taxation' en...
De Staatssecretaris van Financiën houdt er rekening mee dat de...

                   

Procedures melden

Heeft u een fiscale procedure gevoerd en is deze zaak nog niet gepubliceerd op rechtspraak.nl? Stuur uw procedure naar de redactie!