De algemene renteaftrekbeperking in de anti-BEPS-richtlijn en Duitse ervaringen met deze EBITDA-regeling

Er breken spannende tijden aan voor een ieder die te maken heeft met de vennootschapsbelasting. De door de Europese Commissie voorgestelde anti-BEPS-richtlijn zou wel eens een gigantische impact kunnen hebben op ons Nederlandse vennootschapsbelastingstelsel.

Eén van de punten uit de richtlijn betreft de invoering van een algemene renteaftrekbeperking, waarbij kort geformuleerd rentelasten beperkt aftrekbaar zijn indien het bedrag aan rentelasten hoger is dan het bedrag aan renteopbrengsten plus € 1.000.000. In dat geval is óf € 1.000.000 aftrekbaar of het bedrag gelijk aan 30% van EBITDA als dat hoger is dan € 1.000.000. Deze EBITDA-renteaftrekbeperking is niet van toepassing als de belastingplichtige kan aantonen dat haar verhouding eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal gelijk of beter is dan die van de gehele groep waartoe de belastingplichtige behoort (met inachtneming van enkele aanvullende voorwaarden). In een jaar niet benutte EBITDA en niet in aftrek komende rentelasten worden doorgeschoven naar volgende jaren. Hieruit blijkt dat sprake is van een renteaftrek temporiserende regeling, waarbij de rente dus in beginsel niet definitief niet-aftrekbaar is.
 
 
Een interessante vraag die opkomt is wat deze EBITDA regeling betekent voor het huidige Nederlandse beleid en de gemaakte keuzes ten aanzien van renteaftrekbeperkingen. Diverse analyses over de vraag of de EBITDA-renteaftrekbeperking naast of ter vervanging van de huidige specifieke rentaftrekbeperkingen (art. 10a, 10b, 13l en art. 15ad Wet Vpb 1969) zal komen, zullen ongetwijfeld in de komende weken en maanden volgen.
 
Daarnaast is het mijn inziens interessant om te zien dat sommige landen al jarenlange ervaring hebben met een EBITDA-renteaftrekbeperking. Duitsland kent vanaf 2008 al een EBITDA-regeling die zij per 1 januari 2010 op enkele punten versoepelde. In een bijdrage voor het Weekblad Fiscaal Recht van februari 2012 (WFR 2012/182) zijn we ingegaan op de vraag of de Duitse EBITDA-regeling een goede optie voor Nederland zou zijn. Positieve en negatieve aspecten van de Duitse EBITDA-regeling zijn daarin besproken, waarbij de negatieve aspecten in de Duitse fiscale literatuur duidelijk meer aan bod kwamen. Daarbij werd met name de procyclische werking (in economische moeilijke tijden geen of lage EBITDA, dus geen renteaftrek) van de regeling bekritiseerd alsmede het feit dat de Duitse invulling van de EBITDA-regeling met name houdstervennootschappen treft.
 
Als ander bezwaar wordt in Duitsland veelvuldig naar voren gebracht dat rente ook wordt beperkt in niet-misbruik gevallen. Verder wordt in de bijdrage ingegaan op ervaringen met de regelingen in het bedrijfsleven en de effectiviteit van deze generieke renteaftrekbeperking. Onze conclusie was destijds dat Nederland er niet gebaat bij zou zijn om een dergelijke renteaftrekbeperking in te voeren, mede in het licht van het Nederlandse investeringsklimaat. Ervan uitgaande dat de richtlijn wordt aangenomen is Nederland straks echter verplicht om een EBITDA-renteaftrekbeperking te implementeren. 
 
Het lijkt mij uitermate zinvol dat bij de implementatie van de EBITDA-regeling in Nederland de ervaringen (wat betreft bijvoorbeeld de invulling van de regeling) die Duitsland of andere landen met een soortgelijke regeling hebben opgedaan in ogenschouw worden genomen. Bovengenoemde bijdrage uit het Weekblad (WFR 2012/182) zou daarbij wellicht kunnen helpen. 
U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters
Frank Elsweier
Frank Elsweier is werkzaam bij bureau Vaktechniek van Ernst & Young Belastingadviseurs en als docent en onderzoeker bij het Fiscaal Instituut van de Tilburg University. Hij is bezig met een rechtsvergelijkend onderzoek waarin de Duitse vennootschapsbelasting wordt vergeleken met de Nederlandse vennootschapsbelasting. Ook geeft hij regelmatig lezingen en cursussen op het gebied van de vennootschapsbelasting en over de fiscale ontwikkelingen in (relatie met) Duitsland. Daarnaast is hij auteur bij een onderdeel van de Cursus Belastingrecht en medeauteur van het boek ''Hoofdzaken Vennootschapsbelasting (FED fiscale studieserie nr. 31)''. Hij publiceert regelmatig over fiscale ontwikkelingen in de Nederlandse en Duitse vennootschapsbelasting. Meer lezen