Schending verdedigingsbeginsel blijft zonder rechtsgevolgen

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de heer X naar aanleiding van het strafrechtelijke onderzoek en het voornemen om tot BPM-naheffing over te gaan ten onrechte niet is gehoord. De procedure had zonder deze onregelmatigheid echter geen andere afloop kunnen hebben. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Belanghebbende, de heer X, wordt op 9 maart 2012 aangetroffen als bestuurder van een auto met Belgisch kenteken. X verklaart de auto te huren en dat hij daarom wel in Nederland met de auto mag rijden. Nadat een BPM-naheffing is aangekondigd, overlegt X in oktober 2012 de huurovereenkomst van 9 maart 2012 en een kwitantie. De overeenkomst is aangegaan voor drie dagen voor € 350 per dag. X krijgt vervolgens ambtshalve een vrijstelling voor kortstondig gebruik. Eind 2012 komt bij een strafrechtelijk onderzoek echter aan het licht dat X de auto met zijn broer heeft gekocht voor € 155.000. Voorts blijkt de auto op de website www.autogespot.nl vanaf februari 2012 regelmatig aangetroffen te zijn in Nederland met X als bestuurder. Een boekhouder verklaart daarnaast dat hij de bewuste huurovereenkomst pas in juli 2012 heeft opgesteld. In geschil is de BPM-naheffingsaanslag van € 61.970, alsmede de vergrijpboete van € 30.985. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart het beroep van X gegrond vanwege de schending van de hoorplicht, doch laat de rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar in stand aangezien X alsnog is gehoord. X gaat in hoger beroep.

Hof 's-Hertogenbosch (MK I, 27 mei 2016, 15/00886, V-N Vandaag 2016/2437) oordeelt dat X naar aanleiding van het strafrechtelijke onderzoek en het voornemen om tot naheffing over te gaan, ten onrechte niet is gehoord. Ofschoon voor deze schending van het verdedigingsbeginsel geen rechtvaardiging is aangedragen, had de procedure zonder deze onregelmatigheid geen andere afloop kunnen hebben (zie HR 10 juli 2015, nr. 14/04046, V-N 2015/34.6). De aan het licht gekomen feiten hebben namelijk betrekking op de periode waarover X in oktober 2012 reeds was gehoord. Het maakt niet uit dat toen geen hoorgesprek heeft plaatsgevonden, maar dat slechts stukken zijn gewisseld. Bovendien is een belangrijke getuige inmiddels geliquideerd. Deze liquidatie vond plaats nog voordat het strafrechtelijke onderzoek was begonnen. Gelet op het duurzame gebruik van de auto in Nederland is de naheffing terecht. De boete is ook terecht, omdat X bewust heeft getracht de auto ondanks langdurig gebruik in Nederland buiten de heffing te houden. Het beroep van X is ongegrond.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 1 lid 6

U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters

Opinie

Sinds 1990 heeft de wetgever jarenlang met limiteringen...
In 1992 is de Brede Herwaardering I in werking getreden. Drie...
Het debat betreffende AI in de rechtspraak moet nu worden...
De verschillende benaderingen – ‘deferred taxation' en...
De Staatssecretaris van Financiën houdt er rekening mee dat de...

                   

Procedures melden

Heeft u een fiscale procedure gevoerd en is deze zaak nog niet gepubliceerd op rechtspraak.nl? Stuur uw procedure naar de redactie!