Volgens A-G is vaststellingsovereenkomst over zorgkosten rechtsgeldig opgezegd

A-G IJzerman is van mening dat de opzegging aanvaardbaar is in het licht van de civielrechtelijke jurisprudentie over het opzeggen van duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd zonder opzegbeding.

Belanghebbende, de heer X, is in 1991 betrokken bij een ongeval. In verband hiermee krijgt X in 2004 een schadevergoeding van € 503.385. In 1993 is zijn echtgenote door een ongeval invalide geraakt. In 2005 sluiten X en de inspecteur een vaststellingsovereenkomst voor onbepaalde tijd over de extra vervoerskosten wegens invaliditeit. Hierin staat voor de IB-aanslagen vanaf 2003 de aftrek op de gebruikelijke wijze zal worden berekend door van de werkelijk gemaakte kosten af te trekken de kosten die een groep van qua inkomen, vermogenspositie en gezinssamenstelling vergelijkbare gezonde belastingplichtigen maakt, berekend op basis van door het CBS vastgestelde kosteninformatie. In oktober 2010 zegt de inspecteur de overeenkomst per 1 januari 2011 op, aangezien X voor de vervoerskosten een schadevergoeding heeft gekregen en de kosten in die zin dus niet meer drukken. Voor 2011 claimt X toch weer aftrek van de extra vervoerskosten. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig door de inspecteur opgezegd. X gaat in cassatie.

Advocaat-Generaal IJzerman is van mening dat de opzegging aanvaardbaar is in het licht van de civielrechtelijke jurisprudentie over het opzeggen van duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd zonder opzegbeding. Het oordeel van het hof omtrent het ontbreken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de overeenkomst niet zou kunnen worden opgezegd en de overweging dat X ruim van tevoren is geïnformeerd over de aankomende opzegging en aldus het daarmee gunnen van een redelijke termijn, geven volgens de A-G namelijk blijk van een aanvaardbare feitelijke toetsing aan de redelijkheid en billijkheid. Bovendien is in cassatie niet bestreden dat volgens het hof ook geen aftrek mogelijk is als de vaststellingsovereenkomst toch zou zijn toegepast. De door X gemaakte kosten zijn namelijk niet hoog genoeg. Aangezien het hoger beroep van X ongegrond is, was er ook geen reden voor het hof om een schadevergoeding aan X toe te kennen. De A-G concludeert ook voor het overige tot ongegrondverklaring van het beroep van X.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:73

Wet inkomstenbelasting 2001 6.17

U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters

Opinie

Volgend jaar viert de vennootschapsbelasting haar 50-jarige...
Sinds 1990 heeft de wetgever jarenlang met limiteringen...
In 1992 is de Brede Herwaardering I in werking getreden. Drie...
Het debat betreffende AI in de rechtspraak moet nu worden...
De verschillende benaderingen – ‘deferred taxation' en...

                   

Procedures melden

Heeft u een fiscale procedure gevoerd en is deze zaak nog niet gepubliceerd op rechtspraak.nl? Stuur uw procedure naar de redactie!