Beperkte huwelijksgemeenschap vooralsnog kind van de rekening

In een aanvullend besluit bevestigt staatssecretaris Snel voor enkele situaties dat het aangaan of wijzigen van een huwelijksgoederengemeenschap niet leidt tot heffing van schenkbelasting. Deze broodnodige verduidelijking is er helaas niet voor de beperkte gemeenschap. Deze valt tussen wal en schip. Bernard Schols pleit dan ook voor het alsnog wettelijk vastleggen van de eerder met Prinsjesdag voorgestelde 50%-regel voor vermogensverschuivingen binnen de huwelijksgemeenschap.

Aanvullend beleidsbesluit

Door een aangenomen amendement heeft de schenkingsmaatregel bij bepaalde vermogensverschuivingen binnen de huwelijksgemeenschap uit de Belastingplannen voor 2018 de eindstreep niet gehaald. In een reactie beloofde staatssecretaris Snel van Financiën nog enige duidelijkheid te verschaffen. Die belofte lost hij nu in met een aanvulling op het verzamelbesluit voor de schenk- en erfbelasting van 5 juli 2010. Aan de hand van enkele situaties maakt de staatssecretaris duidelijk wanneer het aangaan van een huwelijk of het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden niet leidt tot heffing van schenkbelasting. Sleutelwoord van de verduidelijking is 'gelijke delen'.

Gelijke delen

In het aanvullend beleidsbesluit bevestigt de staatssecretaris dat het aangaan van een huwelijk volgens het sinds 1 januari 2018 geldende wettelijke huwelijksgoederenregime van een beperktere gemeenschap van goederen met gelijke delen niet leidt tot heffing van schenkbelasting. Ook het aangaan van een huwelijk in klassieke, ruimere algehele gemeenschap van goederen met gelijke delen, wat sinds 1 januari 2018 alleen nog kan door het aangaan van huwelijkse voorwaarden, leidt niet tot heffing van schenkbelasting. Dat geldt eveneens als de algehele gemeenschap van goederen met gelijke delen tijdens het huwelijk ontstaat door het wijzigen van huwelijkse voorwaarden.

Welkome goedkeuringen

Aangezien deze ‘gelijke delen'-bevestiging geheel in lijn is met twee arresten van de Hoge Raad uit respectievelijk 1959 en 1971 over de wijziging van een gemeenschap van uitsluiting (huwelijkse voorwaarden) naar een algehele gemeenschap van goederen, spreekt Schols van een welkome verduidelijking, maar het is ook niet meer dan dat. Daarnaast bevat het aanvullend besluit twee interessante goedkeuringen waar de praktijk volgens de hoogleraar Successierecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, mee uit de voeten kan. "De eerste goedkeuring ziet op een onderlinge schuld tussen echtgenoten, doordat de ene echtgenoot voor de gezamenlijke aankoop van een eigen woning meer eigen vermogen heeft ingelegd dan de andere echtgenoot. De hierdoor ontstane schuldvordering tussen beiden leidt niet tot schenkbelasting als in huwelijkse voorwaarden wordt vastgelegd dat echtgenoten enkel voor deze schuld afwijken van het wettelijke huwelijksgoederenregime. Met een relatief eenvoudige schuldbekentenis kan men met deze in de praktijk regelmatig voorkomende situatie goed uit de voeten."

Maatwerk

De andere goedkeuring ziet op een algehele gemeenschap van goederen met ongelijke delen. Schols spreekt van de mogelijkheid tot maatwerk als de ene echtgenoot meer vermogen heeft dan de andere echtgenoot. "De staatssecretaris geeft wat ruimte binnen de algehele gemeenschap van goederen om zonder schenkbelasting een gedeelte (in het voorbeeld van het besluit spreekt de staatssecretaris van 30%) van het vermogen naar de andere kant te brengen, mits de minstvermogende echtgenoot maar niet meer verkrijgt dan 50%. Deze goedkeuring biedt wellicht een alternatief voor de beperkte huwelijksgemeenschap waarvoor nog steeds het schenkingszwaard van Damocles boven het hoofd hangt."

Ontbrekende factor

De in het aanvullend besluit geschetste situaties zien enkel op de algehele gemeenschap van goederen, al dan niet geregeld met huwelijkse voorwaarden, of de per 1 januari 2018 nieuwe wettelijke gemeenschap waarbij het voorhuwelijkse vermogen kort gezegd blijft behoren tot het privévermogen van beide echtgenoten. Wie in het aanvullend besluit op zoek gaat naar de situatie van een beperkte gemeenschap, treft deze niet aan. De beperkte gemeenschap zal het moeten doen met hetgeen hierover is gezegd in het verzamelbesluit van 5 juli 2010. Hierin is het standpunt opgenomen dat het aangaan of wijzigen van een beperkte gemeenschap van goederen soms wel kan leiden tot een schenking.
 
Om aan dit standpunt handvatten te geven wilde het kabinet wettelijk vastleggen wanneer een vermogensverschuiving wel en wanneer deze niet leidt tot schenkbelasting. Bij het samenvoegen van vermogens in de huwelijksgemeenschap met als resultaat een meer gelijke gerechtigdheid (50:50) tot het totale vermogen van beiden, is in ieder geval geen sprake van een schenking. Deze 50%-regel is echter met het aangenomen amendement uit de Belastingplannen voor 2018 gehaald. In een eerder artikel voor TaxLive legde Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA), de initiatiefnemer van het amendement, zijn bezwaren tegen de schenkingsmaatregel bij bepaalde vermogensverschuivingen binnen de huwelijksgemeenschap uit. Daarbij sprak hij de hoop uit dat de staatssecretaris bereid is het goedkeurende deel van de voorgestelde schenkingsmaatregelen alsnog op te nemen in het besluit van 2010.

Beperkte gemeenschap kind van de rekening

Die bereidwilligheid blijft vooralsnog uit. Bernard Schols betreurt dit zeker gezien het feit dat het nog maar de vraag is of het standpunt uit het besluit van 2010 ook stand houdt voor de rechter. "Boven iedere beperkte huwelijksgemeenschap hangt nu nog steeds de angst dat de Belastingdienst een bepaalde vermogensverschuiving weleens zou kunnen aanmerken als een schenking. Dat geldt ook voor samenwoners. Ook zij moeten het nog steeds hebben van kunst en vliegwerk, om buiten de schenkbelasting te blijven."
 
"De voorgestelde schenkingsmaatregelen," vervolgt Schols, "boden voor de huis-tuin-en-keuken-gevallen van de beperkte gemeenschap voldoende helderheid. Door de scherpe kantjes van de voorstellen is met het amendement de stekker eruit getrokken. Dat is jammer, want de schenkingsmaatregelen hadden ook in goed overleg kunnen worden aangepast. Dat station is helaas gepasseerd of wellicht toch niet helemaal?"

Oproep tot overleg

Nu er in de schenkbelasting voor de beperkte gemeenschap wettelijk nog steeds niks is geregeld, hoopt Schols namelijk dat partijen alsnog nader tot elkaar komen. "Daarvoor is goed overleg nodig tussen politiek Den Haag, het Ministerie van Financiën, de notariële adviespraktijk en andere belangenorganisaties om zonder haastwerk en los van enig Belastingplan nog eens met een frisse blik te kijken naar hoe het wel moet. Hopelijk resulteert dat overleg dan uiteindelijk alsnog in de wettelijke vastlegging dat het aangaan of wijzigen van een beperkte gemeenschap waarbij niet meer dan 50% van het totale vermogen wordt overgedragen, geen schenking is." 
[ Bron: Redacteur Marit Muller ]
U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters

Opinie

Sinds 1 mei 2016 is de Wet DBA van kracht, een klein wetje die...
Een interessante vraag is wat er na de ratificatie van het...
Een nieuwe loot ontspruit aan de stam van fiscale...
Er moet iets gebeuren om de btw toekomstbestendig te maken en...
Ondernemen betekent risico nemen. Als internationaal...

                   

Agenda

Meer agenda