EU-fiscale geschilbeslechting: na het zuur komt het zoet voor bedrijfsleven

Het politieke akkoord in de Ecofinraad eind mei 2017 over de richtlijn voor een fiscale beslechting van geschillen over dubbele belasting is een significante stap voorwaarts, hoewel het nog niet de best denkbare oplossing is. Landen hadden op onderdelen een stap verder kunnen gaan. Daniël Smit, fiscalist bij EY en bijzonder hoogleraar aan de Tilburg University, is dan ook gematigd positief.

Fiscale geschilbeslechting

Na het zuur van allerlei maatregelen tegen belastingontwijking komt er nu iets zoets aan voor bedrijven: de Richtlijn voor fiscale geschilbeslechting ter voorkoming van dubbele belasting. Tijdens de Ecofinraad van 23 mei 2017 is hierover een akkoord bereikt. De juridische aanname zal dan ook niet lang meer op zich laten wachten. De richtlijn biedt uitkomst voor bedrijven en burgers met grensoverschrijdende activiteiten die geconfronteerd worden met dubbele belastingheffing omdat verschillende landen heffingsrecht menen te hebben op dezelfde (bedrijfs)inkomsten.
 
Als deze EU-landen er met de in belastingverdragen geregelde onderlinge overlegprocedure niet uitkomen, neemt een Europese arbitragecommissie het stokje over. Met de inzet van deze 'onafhankelijke scheidsrechter' hebben bedrijven en burgers binnen een redelijke termijn zekerheid over een oplossing in hun geschil over dubbele belastingheffing. De richtlijn treedt waarschijnlijk vanaf 1 juli 2019 in werking en ziet dan op  geschillen over belastingjaren die beginnen vanaf 2018. Smit vult daarbij aan dat landen er zelf voor kunnen kiezen ook oudere belastingjaren onder de richtlijn te brengen.

Transfer pricing

Een EU-fiscale geschilbeslechting voor situaties van dubbele belastingheffing ziet Smit als een absolute stap vooruit. "Het risico op dubbele heffing wordt hiermee voor bedrijven voor een deel weggenomen. Lidstaten die er onderling niet uitkomen moeten namelijk in principe het advies van de onafhankelijke arbitragecommissie opvolgen. Zij mogen hiervan alleen afwijken zolang het eindresultaat – opheffen van de dubbele belastingheffing – voor het betreffende bedrijf maar in stand blijft. De onafhankelijke arbitragecommissie geldt echt als een ‘last resort' en is voor lidstaten een stok achter de deur om er toch onderling uit te komen. Ik verwacht dan ook een toename van het aantal verzoeken van bedrijven om een onderlinge overlegprocedure bij dubbele belastingheffing te starten en een toename van echte oplossingen."
 
De richtlijn zal met name relevant zijn bij geschillen over transfer pricing. "Die geschillen over interne verrekenprijzen gaan toenemen in de toekomst", voorspelt Smit, "zeker nu de OESO opschuift van een meer juridische naar een meer economische benadering, oftewel het koppelen van belastingheffing aan waardecreatie. Die economische benadering sluit beter aan bij de werkelijkheid en is daarmee rechtvaardiger, maar de juridische benadering biedt meer rechtszekerheid. Dat landen verschillend aankijken tegen transfer pricing is bij de economische benadering het grote risico met als gevolg een toename van geschillen over dubbele belastingheffing. Komen lidstaten er onderling niet uit, dan kunnen die geschillen in de nabije toekomst worden voorgelegd aan de onafhankelijke arbitragecommissie."

Economisch dubbele belasting uitgesloten

Niet alle geschillen kunnen echter worden voorgelegd. Veel situaties van dubbele belastingheffing worden door de richtlijn niet bestreken. Smit: "De richtlijn is in principe beperkt tot juridische belastingheffingssituaties, dus situaties waarbij feitelijk bij dezelfde persoon/bedrijf in twee verschillende landen over dezelfde winst belasting wordt geheven. Op transfer pricing geschillen na, zijn situaties van economisch dubbele belasting die voortvloeien uit een verschillende interpretatie van de BEPS-actiepunten binnen de EU,  uitdrukkelijk uitgesloten. In bijvoorbeeld de situatie waarbij de ene lidstaat geen recht op renteaftrek verleent en de andere lidstaat wel over de rente-inkomsten heft, komt de onafhankelijke arbitragecommissie dus niet in beeld."
 
"Dat de richtlijn zich beperkt tot juridisch dubbele belasting is waarschijnlijk politiek ingegeven", vervolgt Smit, "en vanuit dat oogpunt te begrijpen. Vanuit conceptueel oogpunt is het daarentegen lastig uit te leggen. De BEPS-actiepunten beogen non-heffing tegen te gaan maar kunnen bij een verschillende interpretatie uiteindelijk tot dubbele heffing leiden. Maar als je bijvoorbeeld non-heffing als gevolg van renteaftrek zonder corresponderende heffing oplost, dan is er wat voor te zeggen dat je de omgekeerde situatie ook regelt. Dan heb je een allround oplossing om zowel non-heffing als dubbele belastingheffing binnen de EU weg te nemen."

Rechten beperkt

Aan de belastingplichtige zelf dicht de richtlijn maar zéér beperkt rechten toe. Deze is geen formele partij, legt Smit uit. "Daar waar in een normale procedure voor de belastingrechter de belastingplichtige wel een volwaardige partij is, is die rol in de procedure voor de onafhankelijke arbitragecommissie weggelegd voor de betrokken lidstaten. De belastingplichtige in kwestie is bijvoorbeeld feitelijk overgeleverd aan de goede wil van de Belastingdiensten van deze lidstaten voor de vraag of hij mag deelnemen aan een hoorzitting. In het slechtste geval kunnen landen de belastingplichtige op procedureel vlak compleet links laten liggen, gezamenlijk tot een beslissing komen en die beslissing dan meedelen."

Integrale publicatie gewenst

Voor wat betreft de publicatie van beslissingen van de arbitragecommissie blijft de richtlijn vaag. Integrale publicatie is geen verplichting. Er is wel voorzien in het publiceren van een samenvatting op hoofdlijnen van de eindbeslissing. Smit zou het, met het oog op de vorming van rechtseenheid, mooi vinden als de beslissingen van de arbitragecommissie wel volledig worden gepubliceerd. "Dan vormen zich leerstukken waar men op een gegeven moment op mag gaan vertrouwen. Daarmee creëer je rechtszekerheid vooraf in plaats van zekerheid achteraf. Is een geschil eenmaal beslecht voor de onafhankelijke arbitragecommissie dan ontstaan er richtsnoeren hoe in een identieke zaak lidstaten dubbele belastingheffing kunnen wegnemen. Een gang naar de commissie als ‘last resort' is dan niet meer steeds nodig en dat scheelt een heleboel tijd en kosten. De richtlijn die met een onafhankelijke arbitragecommissie een hele nieuwe dimensie geeft aan fiscale geschillenbeslechting, maar niet voorziet in een integrale publicatie van eindbeslissingen, schiet op rechtszekerheidsvlak tekort."
[ Bron: Redacteur Marit Muller ]
U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters

                   

Meest gelezen

Agenda

Meer agenda