(Her)invoering van een ondernemingsbelasting (Gewerbesteuer) in Nederland?

Frank Elsweier vraagt zich af of een op Duitse leest geschoeide Gewerbesteuer iets voor Nederland zou kunnen zijn.

In een brief van 24 juni 2016 stellen de minister van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris van Financiën een verruiming van het gemeentelijke belastinggebied voor met ongeveer € 4 miljard. Met een gelijk bedrag zou de loon- en inkomstenbelasting worden verlaagd en het gemeentefonds worden ingekrompen.
 
Nederland kent op dit moment geen Gewerbesteuer of een soortgelijke (gemeentelijke) ondernemingsbelasting zoals ze deze in Duitsland op dit moment wel kennen. In de periode 1942-1950 kende Nederland – naar het voorbeeld van de Duitse Gewerbesteuer - wel een dergelijke ondernemingsbelasting. De vraag zou kunnen opkomen of de Duitse Gewerbesteuer als zodanig iets voor Nederland zou kunnen zijn in het kader van de verruiming van het gemeentelijke belastinggebied. Alhoewel het gesloten stelsel van gemeentelijke belastingen er op dit moment voor zorgt dat het niet mogelijk is een (equivalent van een) Gewerbesteuer in te voeren zou de aangekondigde verruiming van het gemeentelijke belastinggebied daar verandering in kunnen brengen. In mijn promotieonderzoek – waarin ik op zoek ben gegaan naar aanbevelenswaardige rechtsregels uit de Duitse winstbelasting voor Nederland - heb ik dit nader uitgewerkt.

Wat is de Gewerbesteuer?

De Gewerbesteuer is een gemeentelijke ondernemingsbelasting. Het object van belastingheffing is niet de ondernemer of vennootschap zelf maar de ondernemingsactiviteit (Gewerbe) als zodanig. Beroepsbeoefenaars, zoals belastingadviseurs, notarissen en advocaten zijn vrijgesteld van Gewerbesteuer. De belastinggrondslag in de Gewerbesteuer wordt bepaald door de belastinggrondslag voor de vennootschapsbelasting (of inkomstenbelasting als een natuurlijk persoon of personenvennootschap een Gewerbe uitoefent) als uitgangspunt te nemen. Vervolgens vinden er een aantal correcties plaats (Hinzurechnungen en Kürzungen). Het Gewerbesteuertarief wordt per gemeente afzonderlijk vastgesteld. Het uiteindelijke tarief ligt ergens tussen de 7% en 17,5%.

Waarom werd de ondernemingsbelasting in Nederland afgeschaft?

Een op een Duitse leest geschroeide Gewerbesteuer werd in Nederland in 1942 (door de Duitsers) ingevoerd en in 1950 weer afgeschaft. De belangrijkste argumenten voor het afschaffen van de ondernemingsbelasting in Nederland waren het stimuleren van investeringen en het ontbreken van een duidelijke rechtsgrond (de belasting zou slechts zijn ingevoerd om gelijkschakeling met het Duitse bedrijfsleven te bewerkstelligen). Bovendien werd de ondernemingsbelasting als maatschappelijk onrechtvaardig beschouwd en zou het afschaffen ervan leiden tot een vereenvoudiging van het belastingstelsel. Zie voor een uiteenzetting ook J.M.M.J. Clerx, de afschaffing van de ondernemingsbelasting, MBB 1991/189.

Wat zijn de ervaringen met de Gewerbesteuer in Duitsland?

De Gewerbesteuer vormt voor Duitse gemeenten de belangrijkste inkomstenbron en is dus economisch en budgettair gezien enorm belangrijk. Het is mij opgevallen dat men in de wetenschappelijke literatuur met name zeer negatief is over de (huidige invulling van de) Gewerbesteuer. Tipke schrijft bijvoorbeeld dat geen enkele andere belasting over de jaren in Duitsland zo zwaar bekritiseerd is als de Gewerbesteuer. De voornaamste kritiekpunten op de Gewerbesteuer die ik tegenkwam zijn dat de Gewerbesteuer geen duidelijke rechtsgrondslag kent (met name waarom op gemeentelijke niveau zou moeten worden geheven), er systematisch veel mis is met de Gewerbesteuer, de belasting mogelijk in strijd is met de Duitse grondwet (waarom zijn beroepsbeoefenaars vrijgesteld?) en een inbreuk maakt op rechtsbeginselen (Nettoprinzip).
 
Daarnaast leidt de Gewerbesteuer niet tot een stabiele inkomensbron voor de Duitse gemeenten aangezien de relatief smalle heffingsgrondslag gevoelig is voor conjuncturele schommelingen. In economisch slechte tijden vallen de Gewerbesteueropbrengsten lager uit, terwijl gemeenten aan de andere kant in economisch slechte tijden juist meer uitgaven hebben vanwege bijvoorbeeld sociale verzekeringsuitkeringen. Tot slot kan genoemd worden de ongewenste fiscale concurrentie tussen gemeenten. In 2003 is er wel een minimum Gewerbesteuertarief ingevoerd, omdat sommige gemeenten op het idee kwamen een 0% tarief te hanteren (bijvoorbeeld het door het zijn van een Gewerbesteueroase bekend geworden Norderfriedrichsoog), maar desondanks is de concurrentie tussen gemeenten om de gunsten van de ondernemer voor velen een doorn in het oog. 
 
Al jarenlang wordt er in Duitsland gediscussieerd over afschaffing of hervorming van de Gewerbesteuer, maar alle pogingen zijn tot op heden gestrand. De enige reden waarom de Gewerbesteuer nog bestaat is volgens Tipke het volhardingsvermogen en de voorkomingsmacht van gemeenten, gemeentelijke lobbyverenigingen en gemeentelijke politici; ‘'Für Steuersystematik haben sie sich nie interessiert'', aldus (een mijns inziens licht gefrustreerde) Tipke. Zie voor een zeer lezenswaardig stuk over de Duitse Gewerbesteuer ook A.J.A. Stevens, De Duitse Gewerbesteuer – anomalie in het veelkleurige land van de gemeentelijke belastingen? In: Lofzang op lokale heffingen (Monsma-bundel), SDU Uitgevers (2009).

Een op Duitse leest geschoeide Gewerbesteuer; iets voor Nederland?

Bovenstaande ervaringen met de Duitse Gewerbesteuer in ogenschouw nemende en rekening houdend met de argumenten voor het afschaffen van een ondernemingsbelasting in Nederland in 1950, zijn mijn eerste gedachten dat het niet aanbevelenswaardig is dat Nederland een Gewerbesteuer of soortgelijke ondernemingsbelasting op gemeentelijk niveau (her)invoert. Het bestaan van een Gewerbesteuer lijkt te zijn ontleend aan de budgettaire opbrengsten en de mogelijkheid voor gemeenten (lokale politici) om fiscaal instrumentalisme te bedrijven. De huidige vennootschapsbelasting splitsen in een subjectieve belasting en een objectheffing zou mijn inziens leiden tot een grote uitbreiding van de administratieve lasten voor zowel de overheid als de belastingplichtige. Dit zou haaks staan op een ander streven van de Nederlandse wetgever om het belastingstelsel te vereenvoudigen.
 
Daarnaast zijn er mijns inziens geen aantoonbare voordelen voor het splitsing van de vennootschapsbelasting in een subjectieve belasting op landelijk niveau en een objectheffing op gemeentelijk niveau. Sterker nog, als Nederland een Gewerbesteuer naar Duits voorbeeld zou invoeren zou de belastingplichtige voortaan te maken krijgen met twee winstbelastingregimes. Het lijkt me dat gezien het subsidiariteitsbeginsel de belastingheffing van ondernemingen niet op het niveau van de gemeenten thuishoort en gezien de internationale en Europese fiscale ontwikkelingen wellicht niet eens meer op landelijk (nationaal) niveau? Bij een invoering van een Gewerbesteuer in Nederland zou ook een speelveld gecreëerd worden, waarbij gemeenten elkaar op fiscaal gebied zouden beconcurreren om de gunsten van de ondernemer. Vanuit de huidige maatschappelijke discussies over belastingontwijkingen en fair share mijns inziens geen gewenste ontwikkeling. 
 
Waar het dan wel naar toe moet? Wat vindt u zelf? Toch maar een herinvoering van de OZB voor gebruikers van woningen en een ingezetenenheffing?
U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters
Frank Elsweier
Frank Elsweier is werkzaam bij bureau Vaktechniek van Ernst & Young Belastingadviseurs en als docent en onderzoeker bij het Fiscaal Instituut van de Tilburg University. Hij is bezig met een rechtsvergelijkend onderzoek waarin de Duitse vennootschapsbelasting wordt vergeleken met de Nederlandse vennootschapsbelasting. Ook geeft hij regelmatig lezingen en cursussen op het gebied van de vennootschapsbelasting en over de fiscale ontwikkelingen in (relatie met) Duitsland. Daarnaast is hij auteur bij een onderdeel van de Cursus Belastingrecht en medeauteur van het boek ''Hoofdzaken Vennootschapsbelasting (FED fiscale studieserie nr. 31)''. Hij publiceert regelmatig over fiscale ontwikkelingen in de Nederlandse en Duitse vennootschapsbelasting. Meer lezen