7215 (16 november 2017)

Op donderdag 16 november verschijnt nummer 7215. In deze aflevering zijn de volgende bijdragen opgenomen:

Mr. dr. J.J.M. Jansen - Voorwoord
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Prof. dr. L.G.M. Stevens - Geeft regeerakkoord Rutte III zicht op een echte ­belastingherziening?

Het regeerakkoord is niet de door velen gedroomde belastingherziening, maar wel een moedige poging die een eerste aanzet daartoe kan geven. De voorgestelde verschuiving van de belastingdruk van inkomen naar verbruik is geen nieuwe ambitie, maar is wel om diverse redenen wenselijk. Dat geldt ook voor de in het regeerakkoord opgenomen verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9%. Voor de fiscale vergroeningsvoorstellen is een indringende effectiviteitsanalyse gewenst. Het getuigt van realiteitsbesef de vennootschapsbelasting internationaal concurrerend te houden. Wel betaalt het mkb daarvoor – onnodig - een te hoge rekening. Verder komen aan de orde de voorstellen om de bestaande scheve verhoudingen op de arbeids- en woningmarkt te herstellen en de aanpassingen van de vermogensrendementsheffing. Ook diverse niet in het regeerakkoord behandelde tekortkomingen in het bestaande fiscale stelsel komen ter sprake.
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Prof. dr. H.R.J. Vollebergh - Fiscale vergroening binnen kaders

In dit artikel wordt betoogd dat er nog steeds alle reden is voor groene belastingen en verbeteringen in de bestaande structuur daarvan. Groene belastingen zijn er in de eerste plaats voor het adequaat beprijzen van marktfalen en niet zozeer voor de opbrengsten. Die zijn mooi meegenomen en bieden – zolang van voldoende gewicht – inderdaad ruimte voor lagere tarieven van de andere, bestaande belastingen. Maar kern van deze groene belastingen is de bijdrage aan een schoner milieu of aan ander marktfalen zoals congestie. Zoals ook voor de andere belastingen randvoorwaarden gelden, is dat ook voor groene belastingen het geval. Het gaat dan om daadwerkelijke bijdrage aan vermindering van milieuverontreiniging, het open karakter van de Nederlandse economie, de uitvoerbaarheid en het samenspel met andere instrumenten, zoals het Europese emissiehandelssysteem. Deze randvoorwaarden vormen echter geen beletsel voor een verbeterde inzet van het groene belastinginstrument. Mislukte experimenten zijn geen reden om het kind met het badwater weg te gooien zoals blijkt uit de genoemde voorbeelden voor verbetering.
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Mr. A.J. van Lint - Het MKB en de plannen van Rutte III

In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de fiscale maatregelen met betrekking tot het MKB. Aanbod komen onder meer de vervanging van de Wet DBA, de tariefswijzigingen in de diverse belastingen, de evaluatie van het gebruikelijke loon en –in de vennootschapsbelasting- de beperking van de verliesverrekening en de afschrijvingsmogelijkheden op onroerende zaken.
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Dr. R.P. van den Dool - De eigenwoningregeling in het regeerakkoord

In de bijdrage wordt de voorgestelde afschaffing van de Hillen-aftrek ingekaderd in het fiscale eigenwoningbeleid. Afschaffing van de Hillen-aftrek is terecht omdat deze in strijd is met het fiscale inkomensbegrip, slechts voordeel oplevert voor een kleine groep belastingplichtigen en onder omstandigheden juist stimuleert om niet af te lossen.
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Prof. mr. F.P.G. Pötgens - Het regeerakkoord en het vestigingsklimaat

De auteur gaat in op een aantal fiscale maatregelen dat het Regeerakkoord heeft voorgesteld met het oog op het fiscale vestigingsklimaat, zoals de verlaging van het tarief in de vennootschapsbelasting en de afschaffing van de dividendbelasting. De afschaffing van de dividendbelasting kan nadelige gevolgen hebben voor Fiscale Beleggingsinstellingen. De auteur doet een aantal suggesties deze onbedoelde gevolgen weg te nemen. Een deel van deze suggesties zou ook kunnen dienen als alternatief voor het verbod op het beleggen in vastgoed dat het Regeerakkoord voor Fiscale Beleggingsinstellingen voorstelt. Daarnaast gaat de auteur in op de verhoging van het tarief voor de innovatiebox en de introductie van een bronheffing op interesten en royalty's aan low tax jurisdictions.
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Rubriek Parlementair
Direct door naar het volledige artikel in Navigator

Binnenkort in het Weekblad

Overdrachtsbelasting en IFRS: het belang van de nieuwe verplichte lease
accounting-standaard

Mr. D.C. Simonis en mr. R.J. van der Zwan gaan in deze bijdrage in op de invloed van lease accounting op de bezitseis van art. 4, lid 1, Wbr. Vanaf 1 januari 2019 wordt de nieuw leasestandaard IFRS 16 verplicht voor lessees die onder IFRS rapporteren. Op basis van deze leasestandaard dienen lessees operational leasecontracten te waarderen op hun balans, waarbij een actiefpost (‘right-of-use' asset) en een passiefpost (lease liability) dienen te worden opgenomen. Hierdoor wordt de balans verlengd en wordt de vraag opgeroepen of dergelijke gewaardeerde operational leasecontracten meetellen voor de bezitseis van art. 4, lid 1, Wbr. Auteurs komen tot de conclusie dat gewaardeerde lease­contracten een relevante bezitting vormen voor de toepassing van de bezitseis van art. 4 Wbr. Voor de bepaling van de waarde in het economische verkeer van dergelijke operational leasecontracten dient volgens de auteurs echter wel te worden uitgegaan van de netto-waarde, uitgaande van fair value waardering onder IFRS (het saldo van de right-of-use asset en de lease liability). Voorts concluderen auteurs dat aldus gewaardeerde leasecontracten, ingeval deze zien op onroerende zaken, op zichzelf niet kwalificeren als onroerende zaken voor de toepassing van de bezitseis van art. 4 Wbr, behoudens indien en voor zover sprake is van bepaalde onzakelijke leasecontracten of bepaalde huurdersinvesteringen die als economische eigendom kwalificeren onder de vierde volzin van art. 2, lid 2, Wbr.


De waarde van gemeentelijke grondposities op de openingsbalans

Overheidsbedrijven zijn in de heffing van vennootschapsbelasting betrokken om een speelveld te creëren dat voor private en publieke bedrijven gelijk is. Nu de gemeentelijke grondbedrijven vennootschapsbelasting gaan betalen, moeten we constateren dat deze bedrijven fiscaal veel slechter af zijn dan hun private concurrenten. Dr. W. Bruins Slot heeft het nodige gedaan om de wetgever van deze situatie te doordringen, maar beet – zoals dat eigenlijk ook wel bij een ongelijk speelveld past – in het zand. Mogelijk biedt niet zozeer een ervaren fiscalist maar een beginnende muzikant uitkomst.
 

U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters

                   

Meest gelezen

Columns

Daar gaan we weer. Afgelopen weekend werd weer een hele...
Lijfrenten. In het regeerakkoord zoek je er tevergeefs...
Meer columns