Aanpassing pensioen in eigen beheer voor de dga; een bom onder ieder goed huwelijk?

Allereerst mijn excuses voor de grote woorden in de titel, maar ik hoop dat ik uw aandacht heb. Die zou ik – zo leert de ervaring – waarschijnlijk niet gehad hebben als de titel luidde ‘belangrijk aandachtspunt bij aanpassing pensioen in eigen beheer'. Wat is er aan de hand?

Fiscaalvriendelijk afschaffen pensioen in eigen beheer

Naast het belastingplan 2017 ligt er een voorstel om de bestaande regeling voor pensioen in eigen beheer voor de dga af te schaffen. Het afschaffen van deze regeling gebeurt in de ogen van de staatssecretaris op een bijzonder fiscaalvriendelijke wijze. De bestaande pensioenaanspraken kunnen zonder fiscale gevolgen van de (hoge) commerciële waarde worden afgestempeld/verlaagd naar de (lage) fiscale waarde onder de voorwaarde dat wordt afgekocht of wordt omgezet naar de zogenaamde oudedagsverplichting. Bij afkoop van de pensioenaanspraken krijgt de dga zelfs een (aflopende) korting op het van toepassing zijnde belastingtarief. Hierdoor bedraagt het tarief over de afkoop in 2017 slechts circa 34%. Tel daarbij op dat de heffing plaatsvindt over de lagere fiscale waarde, in plaats van de veel hogere commerciële waarde en er geen 20% revisierente wordt berekend, en de fiscale voordelen zijn duidelijk. Na de afkoop heeft de dga het pensioenkapitaal bovendien vrij ter beschikking.
 
Waar zit dan het probleem, vraagt u zich wellicht af? Die zit hem in het feit dat de afstempeling slechts plaats kan vinden met schriftelijke toestemming van de (gewezen) partner van de dga. Wellicht denkt u nu: "Dat is toch slechts een formaliteit en kan in een goed huwelijk toch geen probleem opleveren." Mijn punt is echter dat het juist veel meer zou moeten zijn dan slechts een formaliteit.

Toestemming veel meer dan een formaliteit

Met het geven van toestemming tot afstempeling bij afkoop of omzetting naar een oudedagsverplichting tegen de fiscale waarde doet de partner voor een belangrijk deel afstand van weliswaar voorwaardelijke, maar eveneens vaak waardevolle te kwantificeren rechten. Zolang het leven loopt zoals de dga en zijn (of haar) partner hopen, is er niet veel aan de hand. Helaas is het ook denkbaar dat de dga en zijn partner scheiden of dat de dga vroegtijdig overlijdt. In die moeilijke situaties staat de partner dan mogelijk met aanzienlijk minder volle handen.
 
In het geval van een scheiding zou een partner normaliter recht hebben op de helft van de tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. Als een partner toestemming heeft gegeven tot het afstempelen van het pensioen van de commerciële waarde tot de veel lagere fiscale waarde, is het goed denkbaar dat hierdoor 2/3 deel van de (voorwaardelijke) aanspraak op ouderdomspensioenis verdampt. Hetzelfde geldt voor het afstempelen van de aanspraak op het nabestaandenpensioen.
 
Naast deze risico's in de persoonlijke sfeer draagt het afstand doen van pensioen mogelijk ook een schenkingsrecht risico in zich, in de situatie dat de partner hiervoor niet adequaat wordt gecompenseerd.

Wat kunt u doen?

Pensioen is voor veel mensen niet het meest spannende onderwerp om zich mee bezig te houden. En over een pensioen na scheiding of na overlijden denken we liever helemaal niet na. Toch raad ik u – dga - aan om dat juist wel te doen samen met uw partner. Het behalen van een eventueel fiscaal voordeel is natuurlijk prachtig, maar dat mag toch niet ten koste gaan van uw partner? Indien uw partner zijn of haar toestemming geeft tot het afstempelen, dient hij of zij goed te overzien wat daarvan voor hem of haar de mogelijke negatieve effecten zijn. Het is zaak dat u samen bespreekt hoe u er samen voor kunt zorgen dat deze negatieve effecten worden gerepareerd. U wilt toch niet dat de aanpassing pensioen in eigen beheer een bom wordt onder uw huwelijk?
 
U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters
Jeroen van Strien
Dr. Jeroen van Strien is werkzaam bij EY belastingadviseurs op het bureau vaktechniek te Rotterdam. Daarnaast is hij als universitair docent fiscaal recht verbonden aan Vrije Universiteit Amsterdam. In 2007 promoveerde hij op het proefschrift 'Renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting'. Van zijn hand verschenen tal van publicaties over diverse fiscale onderwerpen, vooral op het gebied van de vennootschapsbelasting. Meer lezen