Belastingontwijking fiscale prioriteit op internationaal niveau

Belastingontwijking via belastingparadijzen kan rekenen op warme internationale belangstelling. Door handig gebruik te maken van belastingverdragen betalen multinationals een minimum aan belasting en lopen landen hierdoor veel belastinginkomsten mis. Ook Nederland heeft op dat vlak zijn zorgen geuit. Opnieuw zijn er maatregelen en andere initiatieven vanuit de OESO en de Europese Commissie voor een gezamenlijke aanpak tegen belastingontwijking. Dat Nederland hierdoor als vestigingsland op de lange termijn minder aantrekkelijk wordt, is daarmee niet gezegd. Het vergt alleen een andere invulling. Dat zegt Dick van Sprundel, werkzaam bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens verbonden als Senior Manager International Tax Services bij Ernst & Young.

Aanpak op mondiaal niveau

In zijn verslag van de Eurogroep en informele Ecofin Raad wat eerder deze maand plaatsvond in Dublin zegt minister Dijsselbloem van Financiën over belastingontwijking het volgende: "dit is een mondiaal probleem, dat dan ook een oplossing op mondiaal niveau vergt, middels het werk van de OESO en de G20." Tijdens de Europese Raad van mei en de Ecofin-raden van mei en juni zal het thema 'belastingontwijking' opnieuw op de agenda staan. Van Sprundel is het eens met Dijsselbloem en hetgeen de Staatssecretaris in zijn brief van 17 januari 2013 heeft bevestigd, echter: "Nederland moet niet vooroplopen in deze strijd. Daarvoor zijn de belangen en het fiscale vestigingsklimaat te groot. Wie nu het braafste jongetje van de klas wil zijn, snijdt zichzelf straks in de vinger als andere landen niet bereid zijn de fiscale eisen aan te scherpen. Dit hebben we bijvoorbeeld ook eind jaren negentig gezien nadat het Primarolo rapport inzake ‘harmful tax competition' was gepubliceerd. Ook de aanpassing van het rulingbeleid in 2001 veroorzaakte destijds een dip in de – fiscale – adviesverlening."

Fair share

In een op vrijdag 19 april gepubliceerd rapport presenteerde de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) aan de G20 ministers van Financiën enkele maatregelen die ervoor moeten zorgen dat alle belastingbetalers eerlijk hun aandeel betalen. Landen met lage belastingtarieven moeten worden gedwongen automatisch gegevens uit te wisselen en bedrijven moeten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid waarmaken. Niet in de laatste plaats pleit de OESO voor afspraken tussen landen over waar winsten en verliezen van bedrijven horen te vallen. Over dit laatste punt presenteert de OESO in juli een actieplan.

Nederland geen belastingparadijs

In dit kader merkt Van Sprundel op dat Nederland in bepaalde media ten onrechte als belastingparadijs wordt aangemerkt. "Ondanks dat Nederland bijvoorbeeld economische dubbele belasting voorkomt door toepassing van de deelnemingvrijstelling, zijn er andere factoren die relevant zijn om te bepalen of een staat als belastingparadijs moet worden aangemerkt. Nederland verdient het gezien haar statutaire tarieven en de transparantie over de wijze waarop afspraken worden gemaakt en invulling wordt gegeven niet om een dergelijke negatieve stempel te hebben. Ook de Tweede Kamer heeft deze visie recentelijk onderschreven."

Platform Europese Commissie

In de strijd tegen belastingontwijking heeft de Europese Commissie op 23 april jl. een platform 'inzake goed fiscaal bestuur' opgericht. Doel is het toezien op de vooruitgang die lidstaten boeken in hun strijd tegen agressieve fiscale planning en belastingparadijzen. In december 2012 presenteerde de Commissie haar actieplan tegen belastingontduiking. Een van de aanbevelingen in dit actieplan betreft het versterken van antimisbruik-bepalingen in bilaterale belastingverdragen, nationale wetgeving en EU-vennootschapswetgeving. Hierdoor wordt het mogelijk om kunstmatige constructies te negeren die zijn opgezet om belastingen te ontgaan. In plaats daarvan kunnen bedrijven worden belast op basis van de economische realiteit. Volgens Van Sprundel zal in de toekomst ‘substance base planning' mogelijk blijven, maar zullen structuren met beperkte economisch aanwezigheid het door de veranderde internationale perceptie en de te verwachten internationale druk moeilijker gaan krijgen.

Economische activiteit wordt belangrijker

Zowel de OESO als de Europese Commissie pleiten ervoor bedrijven te belasten daar waar de activiteiten ook daadwerkelijk plaatsvinden. Dat zou kunnen betekenen dat de hier gevestigde zogeheten 'brievenbusmaatschappijen' Nederland op termijn zullen verlaten en daarmee wellicht de geldstromen die nu rijkelijk door Nederland heen vloeien. "Maar dat maakt Nederland nog niet minder aantrekkelijk als vestigingsland", aldus Van Sprundel.

" Nederland en Europa hebben als doelstelling een verdergaande kenniseconomie te bewerkstelligen. Nederland heeft van oudsher een open (kennis)economie en onze positie moeten we koesteren. Hiermee is voordeel te behalen om Nederland nog steeds op de kaart te houden. Van Sprundel verwacht dat de vennootschappen die hier blijven hun tax en treasury functies alleen maar gaan uitbreiden en echt hoofdkantoorfuncties gaan bekleden. Nederland biedt genoeg mogelijkheden om deze functies daadwerkelijk betekenis te geven." Van Sprundel doelt met name op de hier aanwezige goed opgeleide mensen, zoals hoog gekwalificeerde fiscalisten, accountants, juristen en ict-ers, maar eveneens op het stabiele (juridische) klimaat en de goede investeringsbeschermingsverdragen.

Nederland blijft aantrekkelijk

Ook het Nederlandse fiscale beleid met onder andere de deelnemingsvrijstelling, geen bronbelasting op royalty's en geldverstrekkingen, een goed equipeerde en coöperatieve Belastingdienst en de vele belastingverdragen zorgen ervoor dat Nederland aantrekkelijk  blijft voor buitenlandse bedrijven om zich hier te vestigen. En dan versterkt Nederland zijn concurrentiepositie met andere landen nog met een goede infrastructuur, dankzij Schiphol (dat nagenoeg met alle economische centra rechtstreekse vluchten heeft) en de Rotterdamse haven (nog steeds een van de grootste van Europa).

Volgens Van Sprundel zijn ondanks dat de vennootschapsbelastingopbrengsten zeer welkom zijn, deze van ondergeschikt belang. "De aanzuigende werkgelegenheid voor restaurants, hotels en de extra bijdragen aan de loonbelasting door de toegekomen werkgelegenheid en de af te dragen omzetbelasting hebben grotere economische impact. Tot slot vormt een hoofdkantoor veelal het voorportaal tot meer werkgelegenheid en economische welvaart."

Andere invulling

Van Sprundel verwacht wel dat op termijn werkzaamheden met minimale economische aanwezigheid (‘substance') in Nederland minder zullen worden. Bepaalde werkzaamheden zullen afnemen. "In plaats daarvan moeten we er naar streven dat buitenlandse bedrijven hier hun economische activiteiten uitbreiden en hun aanwezigheid versterken. Dat kan dus bijvoorbeeld door het vestigen van een Nederlands hoofdkantoor met een 'tax and treasury-department'. Door het aannemen van specialistische mensen door dit hoofdkantoor zoals bijvoorbeeld eigen juristen en fiscalisten blijft Nederland een gunstig vestigingsklimaat behouden. Ook kan een verdragsland dan minder makkelijk een belastingverdrag ter zijde schuiven."

Waarneembare tendens

Dat Nederland aantrekkelijk is en blijft, blijkt volgens Van Sprundel uit een uit de praktijk waarneembare tendens dat momenteel met name bedrijven uit Cyprus naar Nederland worden verplaatst of omgezet. "De aandeelhouders willen bedrijvigheid in een stabiele omgeving opzetten, niet in de laatste plaats omdat het in Nederland realistischer is om economische activiteiten te verrichten en een hoofdkantoor op te bouwen," aldus Van Sprundel.

[ Bron: Redactie TaxLive ]
U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters