Serviceberichten BA

Conserverende aanslag bij emigratie

De Hoge Raad geeft aan welke pensioen- en lijfrentepremies in een conserverende aanslag bij emigratie mogen worden opgenomen.

De zaak (Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1324) verloopt als volgt. Een man heeft lijfrente- en pensioenaanspraken. Eind 2014 emigreert hij naar Frankrijk. Vanwege de emigratie legt de belastinginspecteur een conserverende aanslag op. Dit houdt in dat de Nederlandse Belastingdienst de waarde van deze aanspraken ‘conserverend' belast. De belasting is verschuldigd als de man een verboden handeling verricht met zijn pensioen- of lijfrenteaanspraak. Dat is bijvoorbeeld het geval als de man het pensioen- of lijfrentegeld ineens opneemt, verkoopt, schenkt of verpandt.
 
Bij een reguliere afwikkeling – je ontvangt ‘gewoon' termijnen, zoals afgesproken – wordt de conserverende aanslag nooit ingevorderd. Wie er dan belasting mag heffen over de pensioen- en lijfrentetermijnen is afhankelijk van het belastingverdrag dat Nederland met het woonland heeft gesloten. Meestal mag het woonland heffen. In dit geval (Frankrijk) is dat ook zo.
 
De man is het niet eens met de conserverende aanslag. In de procedure die volgt wordt de Hoge Raad gevraagd of het in de heffing betrekken van pensioen en lijfrente bij emigratie in strijd is met de goede trouw die in acht moet worden genomen bij de uitlegging en toepassing van het belastingverdrag dat Nederland heeft gesloten met Frankrijk.
 
De Hoge Raad geeft aan dat er bij het opleggen van de conserverende aanslag een onderscheid moet worden gemaakt tussen lijfrenten en pensioen. Daarnaast is het van belang wanneer de premieaftrek heeft plaatsgevonden. In het volgende overzicht is dit samengevat.
Mag de Belastingdienst de betaalde premie in de conserverende aanslag opnemen?
Tijdstip premiebetaling Lijfrente Pensioen
Vóór 1992 Nee Nee
Vanaf 1992 tot 2001 Ja Nee
Vanaf 2001 tot 15 juli 2009 Nee Nee
Vanaf 2009 Ja Ja

Belang voor de praktijk

Als een belastingverdrag de heffing over lijfrente en pensioen toewijst aan de woonstaat wordt door Nederland alleen de genoten premieaftrek teruggenomen. Het belastingverdrag met Frankrijk is relatief ‘oud'. In recentere belastingverdragen is het woonland vaak maar beperkt heffingsbevoegd. Het komt er op neer dat Nederland een heffingsrecht heeft als aan drie voorwaarden is voldaan:
  1. De opbouw is in Nederland fiscaal gefaciliteerd geweest;
  2. De termijnen worden niet volledig of niet tegen het normale tarief in de heffing betrokken; en
  3. De termijnen bedragen meer dan een in het verdrag bepaald bedrag.
Voorbeelden van belastingverdragen waarin de heffingsbevoegdheid voor het woonland is beperkt zijn België, Duitsland, Portugal en Polen.
 
 
[ Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden ]

0 reacties
Nog 1500 karakters

                   

Meest gelezen