DGA de mist in met verborgen partner in modelovereenkomst pensioen eigen beheer

Een fiscaal gefaciliteerde afkoop van het eigenbeheerpensioen of omzetting in een oudedagsverplichting, kan niet zonder de handtekening van de (ex-)partner. Daar zit een flinke adder onder het gras, in de vorm van de 'verborgen partner'. Oorzaak van deze partnerkwestie is de zéér ruime partnerdefinitie in de door de Belastingdienst uitgegeven modelpensioenovereenkomsten voor de dga met pensioen in eigen beheer.

Verplicht meetekenen

In zijn antwoorden in de nota naar aanleiding van het verslag bij de novelle pensioen in eigen beheer (PEB) benadrukt staatssecretaris Wiebes het nog maar een keer: De dga kan zijn PEB alleen fiscaal gefaciliteerd afkopen of omzetten als iedere (ex-)partner het zogenoemde informatieformulier mede ondertekent. Indien de (ex-)partner niet tekent zal over de afkoopwaarde tot 52% inkomstenbelasting en 20% revisierente worden geheven. Het enige alternatief is dan om de pensioenverplichting premievrij op de balans te laten staan.
 
Wiebes is van mening − zo valt te lezen in diezelfde antwoorden − dat het voor de dga relatief eenvoudig is om de (ex-)partner(s) die moeten tekenen te vinden. De ex-partner die door conversie een eigen recht op pensioen heeft gekregen, hoeft namelijk al niet mee te tekenen.

Ruim geformuleerde partnerdefinitie

Fiscaal econoom en pensioendeskundige Bas Kortenbach van Next Level Pensioenadvies is een andere mening toegedaan. "Een relatief eenvoudige zoekactie naar iedere ex-partner is nog maar de vraag nu de Belastingdienst in de modelpensioenovereenkomst voor de dga met PEB een zéér ruime partnerdefinitie heeft opgenomen. Hierdoor kwalificeert niet alleen de echtgenoot en geregistreerd partner als PEB-partner, maar ook de ongehuwde persoon (tenzij bloed-of aanverwant in de eerste graad), met wie de dga duurzaam een gezamenlijke huishouding voert of heeft gevoerd."
 
In de praktijk is veelvuldig gebruikgemaakt van de modelpensioenovereenkomst van de Belastingdienst, maar vragen over deze partnerkwestie door de leden van de CDA-fractie wuift Wiebes vrij simpel weg. Familieleden, vrienden en relaties waarvoor geen pensioentoezegging is gedaan, dan wel geen recht op (partner)pensioen meer bestaat, hoeven volgens de bewindsman niet mee te tekenen.

Zoektocht naar verborgen partner

Uitgaande van het wetsvoorstel uitfasering PEB vindt Kortenbach dit antwoord van de staatssecretaris te kort door de bocht. "In de modelpensioenovereenkomst wordt namelijk een partnerpensioen toegezegd aan alle personen die vallen onder de partnerdefinitie in deze overeenkomst, dus ook diegene met wie de dga duurzaam een gezamenlijke huishouding voert of in het verleden heeft gevoerd. Door die standaardpensioentoezegging zit de dga nu wellicht met een ‘verborgen (ex-)partner' met pensioenrechten in de maag. Men is zich er namelijk lang niet altijd van bewust dat, door die ruime partnerdefinitie, iedereen −  behalve bloed- en aanverwanten in de eerste graad −  met wie de dga tijdens zijn dienstverband duurzaam heeft samengewoond in principe kwalificeert als partner voor het partnerpensioen. Het is goed denkbaar dat er in het verleden een persoon is geweest die voldeed aan de definitie en die dus aanspraak heeft op een partnerpensioen. Dat bepaalt immers de modelpensioenovereenkomst van de Belastingdienst. Dat deze bepalingen niet zijn nageleefd of dat de dga zich er niet van bewust was, doet daar niet aan af. De dga zal dus moeten nagaan met wie hij tijdens het dienstverband duurzaam een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd. Een omvangrijke exercitie en dat ook nog eens allemaal binnen een maand nadat het besluit tot afkoop of omzetting van het PEB is genomen."

Vragen

Het zou voor de dga met een pensioenovereenkomst ontleend aan het model van de Belastingdienst en zijn adviseur zéér wenselijk zijn als over deze partnerkwestie meer duidelijkheid komt voordat de Eerste Kamer in maart het wetsvoorstel gaat aanvaarden. Kortenbach heeft nog wel wat vragen. "Hoe moet de dga alle mogelijke ex-partners gaan opsporen, gezien de veel te ruime partnerdefinitie uit de modelpensioenovereenkomsten van de Belastingdienst? Gaat de Belastingdienst de dga's hierbij helpen? Is er enige coulance en zo ja kan dit dan worden toegezegd? En gaat de Belastingdienst handhaven als blijkt dat niet voor iedere (mogelijke) ex-partner een formulier is ingediend?"

Antwoorden gewenst

Kortenbach hoopt op antwoorden voordat de Eerste Kamer in maart het wetsvoorstel uifasering PEB gaat aanvaarden. De dga die zijn PEB wil afkopen of omzetten, maar een (ex-)partner over het hoofd ziet, wordt anders achteraf mogelijk alsnog geconfronteerd met de sanctie voor een ‘onzuivere' pensioenregeling. Als het kabinet hoopt dat veel dga's gebruik gaan maken van de gefaciliteerde afkoop of omzetting, dan verdient deze partnerkwestie veel meer duidelijkheid."
[ Bron: Redacteur Marit Muller ]
U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

1 reactie
 
eric.2
Ik lees dit artikel met toch wel enige verbazing. Als een DGA een dergelijke pensioenovereenkomst is overeengekomen dan kan er sprake zijn van een partner en dan volgt daar een eventueel bijzonder partnerpensioen uit. Bij beëindiging van de samenleving had dit natuurlijk onderwerp van gesprek moeten zijn. Dit heeft niets met de Wet Uitfasering te maken maar met de juridische verhoudingen tussen partijen. Als er dus sprake is van een bijzonder partnerpensioen dan is het niet meer dan logisch dat die partner dient mee te tekenen als het pensioen omgezet wordt in een oudedagsverplichting of afgekocht wordt. Een partner over het hoofd zien lijkt mij niet zo snel aan de orde. Dit volgt uit de pensioenovereenkomsten en de verplichting op de balans. En die pensioenovereenkomst bindt civielrechtelijk partijen. Dus ook ex-partners. Dat moet gewoon opgelost worden. En als die ex-partner geen aanspraak heeft op bijzonder partnerpensioen dan resteert in de B.V. een eventueel hoger ouderdomspensioen ten gevolge van de uitruil van het partnerpensioen. En dan hoeft die partner niet mee te tekenen. Zij / hij is immers geen betrokken partij meer. Ik ben dan ook van mening dat het in de praktijk wel mee zal vallen. Tenzij deze aanspraak op bijzonder partnerpensioen niet besproken is bij het einde van de samenleving. En dan kan het gevolgen hebben. Maar dat is toch niet meer dan terecht?
13 februari 2017 10:15

Opinie

Sinds 1990 heeft de wetgever jarenlang met limiteringen...
In 1992 is de Brede Herwaardering I in werking getreden. Drie...
Het debat betreffende AI in de rechtspraak moet nu worden...
De verschillende benaderingen – ‘deferred taxation' en...
De Staatssecretaris van Financiën houdt er rekening mee dat de...