En dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht

Leo Mertens beschrijft de wettelijke instrumenten die kunnen worden ingezet in de strijd tegen de Brabantse drugscriminaliteit.

Er staan veel, vooral verouderde, agrarische bedrijfsgebouwen leeg. Verhuur is dikwijls lucratiever dan ze af te breken. Criminelen zoeken naar bedrijfsruimtes ver van de bewoonde wereld om daar wiet te telen of pillen te draaien. Maar ook in de stad wordt driftig wiet geteeld. Noord-Brabant spant de kroon. Bram Endedijk schrijft in zijn boek We regelen het zelf wel (Uitgeverij Spectrum, mei 2017) dat Noord-Brabant de drugsschuur van Europa is, met het gevolg dat ambtenaren worden bedreigd, boeren onder druk staan en dorpjes worden overgenomen door criminelen. Maar er is meer, zeg ik er maar bij: gedumpt drugsafval moet met gemeenschapsgeld worden opgeruimd, elektriciteit wordt gestolen, belasting wordt ontdoken, en strafzaken moeten jaren op behandeling door de rechter wachten.
 
Prof.P.Tops en J.Tromp becijferen in hun boek De achterkant van Nederland (uitgeverij Balans, januari 2017), over de verstrengeling van onderwereld en bovenwereld in Midden-Brabant, dat alleen al in die regio met de productie van drugs een jaarlijkse omzet wordt gehaald van 1,5 tot 2 miljard euro. Zij stellen dat de markt van hennep en pillen een exportmarkt is en regulering of legalisering van de productie in Nederland de criminele productie niet zal doen eindigen. Zie voor regulering van zowel de voordeur als de achterdeur van coffeeshops wetsvoorstel 34165, dat in de Eerste Kamer ter behandeling ligt.
 
De Opiumwet verbiedt in artikelen 2 en 3 bezit, handel, verkoop en productie van drugs. Artikel 11 a stelt het voorbereiden of mogelijk maken van hennepteelt strafbaar. Er zijn - naast strafrechtelijke sancties uit die wet - echter ook bestuursrechtelijke mogelijkheden, die dikwijls effectiever zijn. De burgemeester kan een Bibob-onderzoek naar de aanvrager van een vergunning voor een coffeeshop laten doen en vervolgens die vergunning eventueel weigeren. De burgemeester kan ook op grond van de Huisvestingswet aan de bewoner van een woonhuis waar wiet wordt gekweekt een bestuurlijke boete opleggen en/of de woning tijdelijk sluiten (zie uitspraak 11 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:25). Ook op grond van artikel 13b van de Opiumwet kan de burgemeester alle panden die voor drugs gebruikt worden, sluiten.
 
Verder zijn er civielrechtelijke mogelijkheden in de strijd. Een eigenaar, huurder of gebruiker van een pand dat voor drugs gebruikt wordt, kan ook de nodige privaatrechtelijke narigheid verwachten. Te denken valt aan het veronachtzamen van contractuele bedingen. Zo behelst bijna elke verzekeringspolis van een gebouw het beding, dat zonder toestemming van de verzekeraar het gebouw niet verhuurd of in gebruik aan een derde mag worden afgestaan, op straffe van verval van dekking. Ook is gebruikelijk dat de verzekeraar bedingt dat een verzekerde woning met aanhorigheden of het gebouw niet anders mag worden gebruikt dan waartoe het normaal bestemd is, zelfs al kent de eigenaar die andere bestemming niet.
 
Ook valt te denken aan het normale verhuurbeding in een hypotheekakte, dat het afstaan in huur, pacht of gebruik van de verhypothekeerde zaak verbiedt, op straffe van opzegging van de lening.
 
Woningcorporaties nemen tegenwoordig in het huurcontract op, dat alle kosten van een (tijdelijke) woningsluiting door een overheid of rechter, voor  rekening van de huurder zijn.
 
Verder wijs ik op de verplichtingen van de pachter als bedoeld in boek 7.5, artikelen 347-359 BW, die onder meer wijziging van bestemming, inrichting of verandering van het gepachte, zonder toestemming van de verpachter verbieden. Hetzelfde wettelijk verbod geldt voor onderpacht of in gebruik afstaan van het gepachte. Deze clausule staat ook nog eens extra in bijna alle pachtovereenkomsten, met daarbij als sanctie ontbinding bij niet-nakoming. Het moge duidelijk zijn dat het (doen) telen van wiet in een gepachte schuur of in een maisveld in strijd is met pachters verplichtingen. Hetzelfde geldt voor het fabriceren, of de gelegenheid geven tot het fabriceren, van drugs in een gepachte schuur. 
Naast de strafrechtelijke en de bestuursrechtelijke sancties voor de eigenaar, pachter, huurder of gebruiker van een ‘drugspand', wordt hij dus ook nog eens met privaatrechtelijke problemen bedreigd. Elke adviseur dient zijn cliënt die consequenties voor te houden. Met inbegrip van de consequentie dat de Belastingdienst een overtreder meteen rechtstreeks in zijn portemonnee kan raken.
 
Guus Meeuwis lijkt voormelde teelt jaren geleden al voorzien te hebben in het door hem geschreven en gecomponeerde officieuze Brabantse volkslied. En hij herhaalde het bij het recente bezoek van onze Koning, wegens diens 50e verjaardag aan Tilburg, in het refrein: " Maar de mensen ze slapen, de wereld gaat dicht, en dan denk ik aan Brabant want daar brandt nog licht."
U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters
Leo Mertens
Leonard P.J. Mertens was vier jaar werkzaam als kandidaat-notaris. Hij was 28 jaar hoofd juridische dienst bij de (rechtsvoorganger van) de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie, thans te Den Bosch. Hij is sinds 2000 redacteur van het Land- en Tuinbouwbulletin van Wolters Kluwer. Hij is nu gepensioneerd, maar werkt nog als zelfstandig juridisch adviseur te Tilburg. Meer lezen