Nieuw innovatiebox-besluit stelt teleur

Het nieuwe innovatiebox-besluit geeft antwoord op belangrijke vragen over de vanaf 1 januari 2017 geldende regels. Desalniettemin is het besluit teleurstellend. Volgens Ben Kiekebeld ontbreekt er nog teveel. Bovendien schept de Belastingdienst extra onzekerheid doordat de nog steeds van toepassing zijnde beleidsonderdelen uit het oude besluit, niet integraal zijn opgenomen in het nieuwe besluit. Daarmee is de stroom van vooroverleg voorlopig nog niet ten einde.

Welkome verduidelijking

Met ingang van dit jaar is de innovatiebox met een te hanteren aggregatieniveau, de nexusbreuk en extra toegangseisen fors aangescherpt. Zoals gebruikelijk roepen nieuwe regels vragen en onzekerheden op. Om enige onduidelijkheid weg te nemen, bevat het nieuwe besluit dan ook antwoorden op enkele in de praktijk levende vraagstukken. Kiekebeld, voorzitter van de EY Innovation Group, spreekt van een welkome verduidelijking. "Het besluit verschaft extra duidelijkheid met name over de nexusbreuk. De tegemoetkoming dat de S&O-afdrachtvermindering niet de voor de nexusbreuk kwalificerende en totale uitgaven verlaagt, is zéér welkom. De praktijk heeft zeker ook baat bij de verduidelijking dat de uitgaven voor het inlenen van personeel mee kunnen tellen als kwalificerende uitgaven. Dat geldt ook voor het gebruikelijk loon dat betrekking heeft op de onderzoeks- en ontwikkelingswerkzaamheden die de dga vanuit zijn persoonlijke holding verricht voor de werkmaatschappij." 

Onbeantwoorde vragen

Kiekebeld heeft dus niet zozeer kritiek op hetgeen er staat in het nieuwe innovatiebox-besluit. Toch spreekt hij van een gemiste kans nu er nog zoveel vragen onbeantwoord zijn gebleven. "De focus in het nieuwe besluit ligt grotendeels op de nexusbreuk. Er wordt geen duidelijkheid verschaft over andere nieuwe elementen van de innovatiebox, zoals het aggregatieniveau en de aangescherpte toegangseisen, terwijl ook daar, vanwege de nieuwigheid, sterk behoefte aan is. Als sprake is van meerdere kwalificerende immateriële activa,  hoe stel je dan bijvoorbeeld precies het aggregatieniveau vast? Dit is immers niet alleen van belang voor het bepalen van het innovatiebox-voordeel, maar ook om vast te stellen dat je per aggregatieniveau voldoet aan de toegangseisen. Hoe gaat men om met patenten en samenhangende immateriële activa, is ook zo'n belangrijke vraag waar het antwoord nog niet op is gegeven. En zo zijn er nog talloze voorbeelden te noemen waar de praktijk tegenaan loopt bij toepassing van de innovatiebox. Natuurlijk komen innovatieve bedrijven en de Belastingdienst er in een vooroverleg wel uit, maar onbeantwoorde vragen geven extra onzekerheid en ontbrekende richtsnoeren geven weinig houvast bij de voorbereiding van een dergelijk overleg."

Werk in uitvoering

Het nieuwe besluit is een ‘work in progress'. Veel ruimte is gereserveerd voor verdere artikelsgewijze verduidelijking. Kiekebeld hoopt dat Financiën het besluit binnen afzienbare tijd verder invult, zeker nu het belastingjaar 2017 bijna ten einde is en bedrijven straks in hun aangifte vennootschapsbelasting hun keuze voor de innovatiebox kenbaar moeten maken en de voordelen moeten aangeven. Als er veel onderwerpen onbesproken blijven is de impact van de nieuwe regels lastiger in te schatten.

Onnodige onzekerheid

Wat de duidelijkheid zeker niet ten goede komt is het feit dat de staatssecretaris van Financiën met een wijziging buiten twijfel stelt dat het oude innovatiebox-besluit van 1 september 2014 niet van overeenkomstige toepassing kan worden verklaard op de nieuwe regels, maar dat de daarin gehanteerde uitgangspunten wel kunnen gelden op de innovatiebox bepalingen zoals deze luiden sinds 1 januari 2017. Kiekebeld: "Voor de praktijk is het dus onduidelijk welke elementen uit het besluit uit 2014 ook zien op de innovatiebox nieuwe stijl, terwijl veel onderdelen nog steeds van toepassing blijken te zijn. Financiën had die onzekerheid kunnen voorkomen door de nog geldende onderdelen uit het oude besluit, zoals over de inloop van voortbrengingskosten, de afpelmethode en de costplusmethode, één op één over te nemen in het nieuwe besluit. Dat was een relatief eenvoudige exercitie geweest met maximaal resultaat: een integraal besluit met al het geldende beleid op huidig innovatiebox-gebied."
[ Bron: Redacteur Marit Muller ]
U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

0 reacties
Nog 1500 karakters

Opinie

Sinds 1990 heeft de wetgever jarenlang met limiteringen...
In 1992 is de Brede Herwaardering I in werking getreden. Drie...
Het debat betreffende AI in de rechtspraak moet nu worden...
De verschillende benaderingen – ‘deferred taxation' en...
De Staatssecretaris van Financiën houdt er rekening mee dat de...