Uitfasering PEB: Wiebes lapt het civiele recht aan zijn laars

De dga heeft vanaf 2017 de mogelijkheid het in eigen beheer opgebouwde ouderdoms- en partnerpensioen af te kopen of om te zetten in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV). Om de positie van de partner te versterken heeft staatssecretaris Wiebes geregeld dat de partner - echtgenoot, geregistreerd partner of de ongehuwde samenlevingspartner - hiermee moet instemmen. In samenhang hiermee zijn oeverloze en onnavolgbare parlementaire discussies gewijd aan de vraag hoe een compensatie voor de partner er uit moet zien. Een simpele basisvraag ziet men echter over het hoofd: van wie is het pensioen?

Art. 3a lid 6 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) schrijft voor dat alleen voor vermindering van het partnerpensioen instemming van partner nodig is, om precies te zijn van de echtgenoot/geregistreerd partner, en niet van de samenlevingspartner. De fiscale instemmingsvereiste gaat dus veel verder dan de civielrechtelijke wetgeving. Wiebes laat het hier niet bij. Hij is ook van mening dat de partner van de dga recht heeft op compensatie als de dga van bovengenoemde mogelijkheid gebruik maakt. De staatssecretaris heeft daarbij de suggestie gedaan dat daartoe huwelijkse voorwaarden moeten worden opgesteld of gewijzigd. Het achterwege blijven van compensatie zou tot een belaste schenking kunnen leiden van de partner aan de dga.

Van wie is het pensioen?

Het antwoord op deze vraag is eenvoudig. De dga is, staande het huwelijk, juridisch eigenaar van zowel het ouderdoms- als partnerpensioen. Voor de partner ontstaat pas een vordering c.q. eigendomsrecht als de dga is overleden en de partner het partnerpensioen bij de BV kan opeisen. Staande het huwelijk is het partnerpensioen een aanspraak van de dga ten behoeve van zijn partner. Deze conclusie zou anders kunnen luiden als de partner contractpartij is bij de pensioenovereenkomst, maar daar is doorgaans geen sprake van. Ook het voor akkoord tekenen van de pensioenovereenkomst maakt de partner niet tot contractpartij. 

De handelingsvrijheid van de dga ten aanzien van zijn eigendom - de aanspraak op partnerpensioen - wordt beperkt door het reeds genoemde art. 3a lid 6 WVPS. Als de dga bijvoorbeeld de aanspraak op partnerpensioen wil uitruilen voor extra ouderdomspensioen kan dat niet zonder instemming van de echtgenoot. Is sprake van een samenlevingspartner dan kan uitruil - wettelijk gezien - zonder instemming van de partner plaatsvinden.
 
Het bovenstaande is in lijn met een uitspraak uit 2015 van Hof Den Bosch dat oordeelde
 
"dat de aanspraak van de partner bij leven van de echtgenoot/deelnemer niet een eigen aanspraak is, maar een - van de deelnemer - afgeleide aanspraak en dat met de pensioenuitvoerder geen contractuele binding ontstaat vóór het overlijden van de deelnemer."
 
Hoewel het hier de uitleg betrof van de Pensioenwet, die niet van toepassing is op dga-pensioen, lees ik er min of meer toch een bevestiging van mijn standpunt in.

Geen compensatie, geen schenking

Omdat de pensioenrechten eigendom zijn van de dga kan het instemmen door de partner met afkoop of omzetting niet leiden tot een gift (van de partner aan de dga) in de zin van art. 7:186, lid 2 BW. Wat je niet hebt kan je niet weggeven. Hierdoor is er ook geen sprake van een belaste schenking. Het fiscale begrip schenking sluit immers aan bij het civiele recht: schenking is een gift in de zin van art. 7:186, lid 2 BW of het voldoen aan een natuurlijke verbintenis in de zin van art. 6:3 BW (art. 1, lid 1, sub 7 SW 1956).
 
Uit het voortgaande vloeit voort dat er geen reden is om de partner compensatie te bieden indien de dga zijn pensioen afkoopt of omzet. Sterker nog, het bieden van compensatie zou tot een belaste schenking van de dga aan de partner kunnen leiden tenzij sprake is van nakoming van een natuurlijke verbintenis. Het enige waar een dga toe verplicht zou kunnen zijn - vanuit de huwelijkse zorgplicht (art. 1:81 BW) - is het regelen van een alternatieve overlijdensvoorziening vanwege het wegvallen van het partnerpensioen bij afkoop of omzetting. Ook zie ik geen aanleiding om staande het huwelijk, wanneer er geen enkel zicht is op een scheiding, compensatie te bieden voor het wegvallen van een mogelijke pensioenverevening bij een eventuele scheiding. Staat er een scheiding voor de deur, dan ligt de zaak anders en kan er bij het achterwege blijven van compensatie sprake zijn van bedrog of dwaling.

Niet stoken in een goed huwelijk

Conclusie is dat de dga met een gerust gemoed zijn in eigen beheer opgebouwde pensioen kan afkopen of omzetten, en eventueel alleen voor een alternatieve overlijdensvoorziening hoeft te zorgen. De partner kan gewoon bij het kruisje tekenen. Mijn advies is daarom: ga niet stoken in een goed huwelijk met spookverhalen over financiële compensatie, belaste schenkingen, wijzigen/opstellen huwelijkse voorwaarden en verplichte bezoeken aan de notaris.  
U moet inloggen om te kunnen stemmen op dit artikel.
Gemiddelde (0 Stemmen)
De gemiddelde waardering is 0.0 sterren van de 5.

19 reacties
 
henri (reactie op david.1Auteur: david.1
Datum: 22 december 2016 08:45

Ik zie het anders. Een voorbeeld. Een dga heeft 50.000 OP opgebouwd. Fiscale waardering 600.000. WEV 1.300.000. Hij geeft zodanig prijs dat de WEV van het verlaagde pensioen 600.000 bedraagt. Het verlaagde pensioen bedraagt 23.077 (600.000/1.300.000 x 50.000). De fiscale waardering van dit verlaagde pensioen is 276.924 (23.077/50.000 x 600.000) en de WEV dus 600.000. Dit betekent een fiscale vrijval van 323.076 (600.000 -/- 276.924). De indexatieverplichting die in de prijsgeven rechten zat begrepen komt fiscaal niet tot uitdrukking omdat die verplichting er niet meer is. Bij afkoop of omzetting mag je van de oorspronkelijke fiscale waardering van 600.000 uitgaan (NB. Dit staat niet zo scherp in de wettekst). Blijkbaar neem je bij afkoop of omzetting het verschil tussen 600.000 (WEV) en 276.924 (fiscale waardering verlaagd pensioen) weer als last waardoor de eerder genoemde vrijval van 323.076 geheel wordt gecompenseerd. Per saldo heb je dan geen extra last. Ik vraag me dus af of ‘het probleem’ van extra lastenneming bij intern eigen beheer, dat tot uitstel van de wet heeft geleid, wel echt een probleem is. En de staatssecretaris heeft de mogelijkheid om via de delegatiebepaling van 38n, lid 5 een en ander te verduidelijken. Overigens zou je die extra last wel kunnen creëren door de verplichting naar een andere bv over te dragen.
)
Op basis van de letterlijke wettekst is jouw redenering waarschijnlijk wel correct. Maar wij beiden concluderen dat er bij intern eigen beheer geen extra last kan ontstaan bij afkoop of omzetting in een ODV. De uitfasering had overigens een factor 100 minder gecompliceerd kunnen zijn indien ten eerste fiscaal zou worden toegestaan om alle indexering af te stempelen naar 'voorwaardelijk' (want is er wel wilsovereenstemming om onvoorwaardelijk te indexeren in opdracht van het CAP?). En ten tweede voor de dividendtoets zou moeten worden toegestaan dat uitkering van dividend op basis van de fiscale pensioenverplichting (eventueel RJ waardering) niet leidt tot het prijsgeven van pensioenaanspraken. Pensioen kan dan gewoon pensioen blijven en de dividendklem is dan ook grotendeels opgelost. Tot slot, het is toch uiterst merkwaardig dat het pensioenkapitaal in de eigen BV in de visie van het CAP afgerond 0% rendement oplevert, terwijl de wetgever vindt dat hetzelfde pensioenkapitaal na afkoop vervolgens in Box 3 afgerond 4 tot 5% rendement oplevert.
22 december 2016 11:52
 
david.1 (reactie op henriAuteur: henri
Datum: 21 december 2016 17:58

David, dat is een interessante gedachte, maar de totaalwinst lijkt mij meer aan de orde komen op de slotbalans van de BV, niet tussendoor bij beëindiging van de pensioenverplichting. Los daarvan, we hebben bij de uitfasering eerst te maken met een fiscaal geruisloze afstempeling van het pensioen van WEV naar fiscale waarde. Uit de WEV worden in alfabetische volgorde geëlimineerd: indexering, kostenopslag, leeftijdsterugstelling(en) en het vooroverlijdensrisico om daarna de rekenrente te verhogen van marktrente naar 4%. Nadat dit alles, en dat is belangrijk, fiscaal GERUISLOOS (!) is verlopen, komt afkoop of omzetting in een ODV aan de orde. De indexering is dan reeds verdwenen. Ik zie dan niet hoe (bij intern eigen beheer) nog een indexeringslast aan de orde kan komen. Bij extern eigen beheer wordt bij de fiscaal geruisloze afstempeling de indexering alsmede het vooroverlijdensrisico NIET geëlimineerd bij de pensioen BV. Daardoor kan er bij de werkgever BV wel een indexeringslast genomen worden. Althans dat is toegezegd naar aanleiding van vragen. Helaas zijn sommige vragen wat 'rommelig' beantwoord en worden adviseurs op het verkeerde spoor gezet.
)
Ik zie het anders. Een voorbeeld. Een dga heeft 50.000 OP opgebouwd. Fiscale waardering 600.000. WEV 1.300.000. Hij geeft zodanig prijs dat de WEV van het verlaagde pensioen 600.000 bedraagt. Het verlaagde pensioen bedraagt 23.077 (600.000/1.300.000 x 50.000). De fiscale waardering van dit verlaagde pensioen is 276.924 (23.077/50.000 x 600.000) en de WEV dus 600.000. Dit betekent een fiscale vrijval van 323.076 (600.000 -/- 276.924). De indexatieverplichting die in de prijsgeven rechten zat begrepen komt fiscaal niet tot uitdrukking omdat die verplichting er niet meer is. Bij afkoop of omzetting mag je van de oorspronkelijke fiscale waardering van 600.000 uitgaan (NB. Dit staat niet zo scherp in de wettekst). Blijkbaar neem je bij afkoop of omzetting het verschil tussen 600.000 (WEV) en 276.924 (fiscale waardering verlaagd pensioen) weer als last waardoor de eerder genoemde vrijval van 323.076 geheel wordt gecompenseerd. Per saldo heb je dan geen extra last. Ik vraag me dus af of ‘het probleem’ van extra lastenneming bij intern eigen beheer, dat tot uitstel van de wet heeft geleid, wel echt een probleem is. En de staatssecretaris heeft de mogelijkheid om via de delegatiebepaling van 38n, lid 5 een en ander te verduidelijken. Overigens zou je die extra last wel kunnen creëren door de verplichting naar een andere bv over te dragen.
22 december 2016 08:45
 
henri (reactie op david.1Auteur: david.1
Datum: 21 december 2016 16:38

De achterliggende gedachte zou kunnen zijn dat er een einde komt aan de pensioenverplichting en dat dan o.b.v. de totaalwinstgedachte de indexatielasten alsnog kunnen worden genomen.
)
David, dat is een interessante gedachte, maar de totaalwinst lijkt mij meer aan de orde komen op de slotbalans van de BV, niet tussendoor bij beëindiging van de pensioenverplichting. Los daarvan, we hebben bij de uitfasering eerst te maken met een fiscaal geruisloze afstempeling van het pensioen van WEV naar fiscale waarde. Uit de WEV worden in alfabetische volgorde geëlimineerd: indexering, kostenopslag, leeftijdsterugstelling(en) en het vooroverlijdensrisico om daarna de rekenrente te verhogen van marktrente naar 4%. Nadat dit alles, en dat is belangrijk, fiscaal GERUISLOOS (!) is verlopen, komt afkoop of omzetting in een ODV aan de orde. De indexering is dan reeds verdwenen. Ik zie dan niet hoe (bij intern eigen beheer) nog een indexeringslast aan de orde kan komen. Bij extern eigen beheer wordt bij de fiscaal geruisloze afstempeling de indexering alsmede het vooroverlijdensrisico NIET geëlimineerd bij de pensioen BV. Daardoor kan er bij de werkgever BV wel een indexeringslast genomen worden. Althans dat is toegezegd naar aanleiding van vragen. Helaas zijn sommige vragen wat 'rommelig' beantwoord en worden adviseurs op het verkeerde spoor gezet.
21 december 2016 17:58
 
david.1 (reactie op henriAuteur: henri
Datum: 21 december 2016 16:21

Inderdaad, ik zie ook niet hoe je bij intern eigen beheer een indexatielast kunt nemen. Wel bij extern eigen beheer, zoals ik uiteen gezet heb.
)
De achterliggende gedachte zou kunnen zijn dat er een einde komt aan de pensioenverplichting en dat dan o.b.v. de totaalwinstgedachte de indexatielasten alsnog kunnen worden genomen.
21 december 2016 16:38
 
henri (reactie op david.1Auteur: david.1
Datum: 21 december 2016 15:55

Ik vraag me af of je bij intern EB wel een extra indexeringslast krijgt. Je ziet immers eerst af van rechten. M.b.t. die prijsgegeven rechten kan er geen indexatielast zijn. De WEV van de resterende rechten is gelijk aan de fiscale waarde van de oorspronkelijke rechten. Dus feitelijk neem je dan bij de omzetting de indexatielast van de resterende rechten. Per saldo heb je dan geen extra last.
)
Inderdaad, ik zie ook niet hoe je bij intern eigen beheer een indexatielast kunt nemen. Wel bij extern eigen beheer, zoals ik uiteen gezet heb.
21 december 2016 16:21
 
david.1 (reactie op henriAuteur: henri
Datum: 20 december 2016 11:39

Deze tekst heb ik uiteraard ook gezien, maar ik had er nog niet de conclusie aan verbonden dat de indexeringslasten bij "intern" eigen beheer dan ook aftrekbaar zouden zijn bij afkoop of omzetting in een ODV. De toelichtingen van Wiebes zijn wel vaker ietwat onduidelijk. In de Nota nav het verslag (pagina 52/53) stond bijvoorbeeld het volgende: "De bv die optreedt als pensioenverzekeraar (pensioen-bv) heeft de pensioenverplichting tegen de ontvangst van premies overgenomen van de werkgever-bv. De verzekering van het vooroverlijdensrisico en de verplichting om het pensioen te indexeren, maken deel uit van de pensioenverplichting van de pensioen-bv. Omdat het wetsvoorstel voor de afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting uitgaat van de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting, maken het risico van vooroverlijden en de indexatieverplichting deel uit van de te hanteren afkoop- of omzettingswaarde. De wijze van onderbrengen van de pensioentoezegging (intern dan wel extern eigen beheer) leidt tot een afwijkende fiscale balanswaarde en daarmee tot een afwijkende afkoopwaarde. Bij extern eigen beheer is immers op de fiscale balans een hoger bedrag gereserveerd dan bij intern eigen beheer situaties. Daarnaast valt bij extern eigen beheer bij de werkgever-bv de actiefpost “indexatie” gelijktijdig vrij." Ehum, een actiefpost die vrijvalt? Bedoeld zal zijn dat de indexeringslast genomen mag worden bij "extern" eigen beheer. Verder klopt het antwoord wel.
)
Ik vraag me af of je bij intern EB wel een extra indexeringslast krijgt. Je ziet immers eerst af van rechten. M.b.t. die prijsgegeven rechten kan er geen indexatielast zijn. De WEV van de resterende rechten is gelijk aan de fiscale waarde van de oorspronkelijke rechten. Dus feitelijk neem je dan bij de omzetting de indexatielast van de resterende rechten. Per saldo heb je dan geen extra last.
21 december 2016 15:55
 
henri (reactie op david.1Auteur: david.1
Datum: 20 december 2016 10:11

Theo doelt hier op: “De NOB vraagt ook of de lasten in verband met de indexatieverplichting na het premievrij maken en «bevriezen» van de pensioenaanspraken ineens ten laste van de fiscale winst gebracht kunnen worden. De lasten in verband met de toename van de pensioenverplichting door de indexatieverplichting kunnen door de werking van de artikelen 3.26 tot en met 3.28 van de Wet IB 2001 niet ineens ten laste van de fiscale winst worden gebracht. De lasten in verband met de (toekomstige) indexatie van de opgebouwde pensioenaanspraken kunnen ten laste van de fiscale winst worden gebracht naarmate deze lasten zich daadwerkelijk hebben voorgedaan. De indexatielasten kunnen ook ten laste van het fiscale resultaat worden gebracht ingeval de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraken met toepassing van het voorgestelde artikel 38n van de Wet LB 1964 worden afgekocht of omgezet in een oudedagsverplichting. Op het moment van afkoop of omzetting worden de indexatielasten voor die pensioenaanspraken daadwerkelijk gerealiseerd.” (EK, 2016-2017, 34 552, E, blz. 79).
)
Deze tekst heb ik uiteraard ook gezien, maar ik had er nog niet de conclusie aan verbonden dat de indexeringslasten bij "intern" eigen beheer dan ook aftrekbaar zouden zijn bij afkoop of omzetting in een ODV. De toelichtingen van Wiebes zijn wel vaker ietwat onduidelijk. In de Nota nav het verslag (pagina 52/53) stond bijvoorbeeld het volgende: "De bv die optreedt als pensioenverzekeraar (pensioen-bv) heeft de pensioenverplichting tegen de ontvangst van premies overgenomen van de werkgever-bv. De verzekering van het vooroverlijdensrisico en de verplichting om het pensioen te indexeren, maken deel uit van de pensioenverplichting van de pensioen-bv. Omdat het wetsvoorstel voor de afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting uitgaat van de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting, maken het risico van vooroverlijden en de indexatieverplichting deel uit van de te hanteren afkoop- of omzettingswaarde. De wijze van onderbrengen van de pensioentoezegging (intern dan wel extern eigen beheer) leidt tot een afwijkende fiscale balanswaarde en daarmee tot een afwijkende afkoopwaarde. Bij extern eigen beheer is immers op de fiscale balans een hoger bedrag gereserveerd dan bij intern eigen beheer situaties. Daarnaast valt bij extern eigen beheer bij de werkgever-bv de actiefpost “indexatie” gelijktijdig vrij." Ehum, een actiefpost die vrijvalt? Bedoeld zal zijn dat de indexeringslast genomen mag worden bij "extern" eigen beheer. Verder klopt het antwoord wel.
20 december 2016 11:39
 
david.1 (reactie op henriAuteur: henri
Datum: 20 december 2016 10:08

Dat is ten dele juist. Als er de pensioenrechten zijn overgedragen naar (bijvoorbeeld) een afzonderlijke pensioen BV, dan mag de indexeringslast niet direct worden genomen worden bij de overdragende BV. Indien de pensioenverplichting bij de pensioen BV wordt omgezet in een ODV, dan mag de overdragende BV de indexeringslast alsnog in een keer nemen. Het is dus niet zo dat bij elke omzetting in een ODV er sprake is van het nemen van indexeringslasten.
)
Theo doelt hier op: “De NOB vraagt ook of de lasten in verband met de indexatieverplichting na het premievrij maken en «bevriezen» van de pensioenaanspraken ineens ten laste van de fiscale winst gebracht kunnen worden. De lasten in verband met de toename van de pensioenverplichting door de indexatieverplichting kunnen door de werking van de artikelen 3.26 tot en met 3.28 van de Wet IB 2001 niet ineens ten laste van de fiscale winst worden gebracht. De lasten in verband met de (toekomstige) indexatie van de opgebouwde pensioenaanspraken kunnen ten laste van de fiscale winst worden gebracht naarmate deze lasten zich daadwerkelijk hebben voorgedaan. De indexatielasten kunnen ook ten laste van het fiscale resultaat worden gebracht ingeval de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraken met toepassing van het voorgestelde artikel 38n van de Wet LB 1964 worden afgekocht of omgezet in een oudedagsverplichting. Op het moment van afkoop of omzetting worden de indexatielasten voor die pensioenaanspraken daadwerkelijk gerealiseerd.” (EK, 2016-2017, 34 552, E, blz. 79).
20 december 2016 10:11
 
theogommer
Nee, dat is nu juist de 'nieuwe' discussie. In de MvA EK wordt gesteld dat ook in (intern) eigen beheer de last bij omzetting ook genomen mag worden.
20 december 2016 10:11
 
henri (reactie op theogommerAuteur: theogommer
Datum: 14 december 2016 09:10

Daarnaast speelt inmiddels - blijkbaar - dat gesteld wordt dat obv de MvA EK, rekening moet (?) worden gehouden met de toekomstige indexatie 'in de fiscale voorziening' bepalend voor afkoop/omzetting. Bij 2% is dit zo'n 60% hoger. Al met al wordt het er niet duidelijker op..... En die € 2,1 miljard gaan we zo dus zeker niet halen.
)
Dat is ten dele juist. Als er de pensioenrechten zijn overgedragen naar (bijvoorbeeld) een afzonderlijke pensioen BV, dan mag de indexeringslast niet direct worden genomen worden bij de overdragende BV. Indien de pensioenverplichting bij de pensioen BV wordt omgezet in een ODV, dan mag de overdragende BV de indexeringslast alsnog in een keer nemen. Het is dus niet zo dat bij elke omzetting in een ODV er sprake is van het nemen van indexeringslasten.
20 december 2016 10:08
 
david.1 (reactie op fransprovoostAuteur: fransprovoost
Datum: 12 december 2016 09:11

k begrijp de titel niet in combinatie met het slot van het artikel, of is het artikel cynisch bedoeld?
)
Wiebes roept maar wat zonder zich af te vragen hoe familierechtelijk en huwelijksvermogensrechtelijk de vork in de steel steekt (titel). Er vloeit m.i. uit dat recht geen plicht tot compensatie voort (slot). Ik hoop dat u het nu begrijpt. Overigens ben ik van mening dat het geen taak is van de fiscale wetgever om de positie van de partner (onnodig) te versterken. Daar hebben we dus het civiele recht voor.
15 december 2016 15:24
 
david.1 (reactie op tinusAuteur: tinus
Datum: 12 december 2016 09:53

Ik heb ook al met grote verwondering gekeken naar de partner comensatie die m.i. gewoon onterecht is. Ik gebruite daarvoor een andere vergelijking. Als iemand van baan verandert en genoegen neemt met een lager salaris dan wordt uiteindelijk het opgebouwde pensioen lager - dan hoeft de partner toch ook geen compensatie op wat het geweest zou zijn als iemande langer in de vorige baan had gezeten? Wat er uit komt, komt eruit en dat geldt in dit geval natuurlijk ook. Een discussie over dit onderwerp binnen een huwelijk lijkt een voorbereidingsdiscussie voor een scheiding! Dat er nu een juridische basis is om deze gevolgtrekking te maken doet me deugd.
)
Ik zou de vergelijking als volgt aanpassen. Stel een werknemer aanvaardt een baan met een lager salaris. Moet hij dan zijn partner compensatie bieden omdat de mogelijke alimentatie bij een eventuele echtscheiding dan lager uitvalt? Lijkt me absurd. Maar ja, het kan niet gek genoeg tegenwoordig.
15 december 2016 12:10
 
david.1 (reactie op theogommerAuteur: theogommer
Datum: 14 december 2016 09:10

Daarnaast speelt inmiddels - blijkbaar - dat gesteld wordt dat obv de MvA EK, rekening moet (?) worden gehouden met de toekomstige indexatie 'in de fiscale voorziening' bepalend voor afkoop/omzetting. Bij 2% is dit zo'n 60% hoger. Al met al wordt het er niet duidelijker op..... En die € 2,1 miljard gaan we zo dus zeker niet halen.
)
Dat lijkt me weer een lariekoekje van Wiebes' deeg. Maar ik lees dat standpunt niet duidelijk in de MvA. Waar staat het precies dan?
15 december 2016 11:37
 
theogommer
Daarnaast speelt inmiddels - blijkbaar - dat gesteld wordt dat obv de MvA EK, rekening moet (?) worden gehouden met de toekomstige indexatie 'in de fiscale voorziening' bepalend voor afkoop/omzetting. Bij 2% is dit zo'n 60% hoger. Al met al wordt het er niet duidelijker op..... En die € 2,1 miljard gaan we zo dus zeker niet halen.
14 december 2016 09:10
 
david.1
Gisteren in de Eerste Kamer: “De staatssecretaris sprak ook over de gevolgen van het pensioen in eigen beheer nemen van de directeur-grootaandeelhouder voor zijn/haar (ex-)partner. Als er een oplossing gevonden wordt voor de onduidelijkheid over de vraag of compensatie moet worden gezien als schenking, wordt de prikkel weggenomen om het onderling netjes te regelen. De belastinginspecteur moet vaststellen of er sprake is van schenking. Dit is tot nu toe zelden het geval.” Wiebes wil dus bewust onduidelijkheid scheppen. Dit lijkt mij haaks staan op zijn doelstelling: 36% van dga's die moeten afkopen om 2 mrd extra belastingopbrengsten (via de loonheffing) binnen te halen. Vanwege de onduidelijkheden zouden veel dga's op het idee kunnen worden gebracht om het pensioen maar te handhaven. En ik herhaal nogmaals: het achterwege laten van compensatie is in civielrechtelijke zin nooit een gift en kan daarom nooit tot een belaste schenking leiden. De onwetendheid op minfin is schrijnend. Men had toch eerst even advies kunnen inwinnen bij een civilist voordat je wat gaat roepen. Grenzeloze domheid en incompetentie.
14 december 2016 08:44
 
theogommer (reactie op fransprovoostAuteur: fransprovoost
Datum: 12 december 2016 09:11

k begrijp de titel niet in combinatie met het slot van het artikel, of is het artikel cynisch bedoeld?
)
Helemaal eens! Ook de afspraak om de ODV 50/50 te verdelen bij een scheiding kan een goede oplossing zijn. Issue is namelijk wel dat de partner goed geïnformeerd moet tekenen voor verkrijgen fiscale voordelen. Als ze dat niet doet zul je toch iets moeten afspreken.
13 december 2016 22:25
 
m.keus (reactie op tinusAuteur: tinus
Datum: 12 december 2016 09:53

Ik heb ook al met grote verwondering gekeken naar de partner comensatie die m.i. gewoon onterecht is. Ik gebruite daarvoor een andere vergelijking. Als iemand van baan verandert en genoegen neemt met een lager salaris dan wordt uiteindelijk het opgebouwde pensioen lager - dan hoeft de partner toch ook geen compensatie op wat het geweest zou zijn als iemande langer in de vorige baan had gezeten? Wat er uit komt, komt eruit en dat geldt in dit geval natuurlijk ook. Een discussie over dit onderwerp binnen een huwelijk lijkt een voorbereidingsdiscussie voor een scheiding! Dat er nu een juridische basis is om deze gevolgtrekking te maken doet me deugd.
)
@tinus Uw vergelijking gaat niet helemaal op. Eerst zal je onderscheidt moeten maken tussen een risicopartnerpensioen of een opgebouwd partnerpensioen. Bij wijziging van een baan bij een risicopartnerpensioen, ben je het partnerpensioen vanuit het verleden geheel kwijt. Bij een opbouwpartnerpensioen wordt alleen je toekomstige opbouw lager. In het kader van de DGA, wordt het opgebouwde pensioen (ook het partnerpensioen) afgestempeld. Nu wordt dus het reeds opgebouwde partnerpensioen verlaagd. Dit zou een aantasting van de rechten van de partner kunnen betekenen. Ik kan mij geheel vinden in de redenatie van de heer Bakker, maar uw redenatie klopt niet.
12 december 2016 10:50
 
tinus
Ik heb ook al met grote verwondering gekeken naar de partner comensatie die m.i. gewoon onterecht is. Ik gebruite daarvoor een andere vergelijking. Als iemand van baan verandert en genoegen neemt met een lager salaris dan wordt uiteindelijk het opgebouwde pensioen lager - dan hoeft de partner toch ook geen compensatie op wat het geweest zou zijn als iemande langer in de vorige baan had gezeten? Wat er uit komt, komt eruit en dat geldt in dit geval natuurlijk ook. Een discussie over dit onderwerp binnen een huwelijk lijkt een voorbereidingsdiscussie voor een scheiding! Dat er nu een juridische basis is om deze gevolgtrekking te maken doet me deugd.
12 december 2016 09:53
 
fransprovoost
k begrijp de titel niet in combinatie met het slot van het artikel, of is het artikel cynisch bedoeld?
12 december 2016 09:11
David Bakker
David Bakker volgde de studie fiscale bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daar studeerde hij af op een scriptie over loonheffingen bij prof. dr. L.G.M. Stevens. Na zijn studie koos hij voor het pensioenvak. Na een dienstverband bij Deloitte vestigde hij zich in 2004 als zelfstandig adviseur. Zijn expertise bestaat uit de pensioenfiscaliteit, civielrechtelijke pensioenwetgeving en de verzekeringstechniek. Voorts is hij actief als docent en publicist. Meer lezen