Daar staat Jan, met zijn pet in zijn ene hand en een brochure van de makelaar in de andere. Arme Jan. Hij wil een huis kopen en probeert zich te verdiepen in de materie. Maar hij snapt er geen snars van: hypotheek, eigenwoningforfait, WOZ-waarde, eigenwoningreserve, aflossingseis. Vol goede moed las hij de 19 artikelen in de Wet IB 2001, stuk voor stuk voorzien van termen die zijn pet te boven gaan. Hij vond in het artikel over de aflossingseis (art. 3.119c Wet IB 2001 voor ingewijden) zelfs de reden terug waarom hij wiskunde op de middelbare school had laten vallen: formules in een wettekst.

Jan heeft gelijk. De problematiek van de eigenwoningregeling is ingewikkeld. De mogelijkheid de rente af te trekken, heeft er de afgelopen jaren voor gezorgd dat huiseigenaren hun huizen tot de nok financierden met vreemd vermogen. Lange tijd stegen de huizenprijzen en sinds 2004 zorgde de bijleenregeling ervoor dat de overwaarde op de oude woning moet worden aangewend voor de financiering van de nieuwe woning. Daarmee ging effectief een stuk renteaftrek verloren.
 
Vervolgens zette de daling van de huizenprijzen in en kwam de verplichte, volledige, annuïtaire aflossing in 360 maanden. Ook wordt in 28 jaar tijd de maximale aftrek terug gebracht van 52% naar 38%. In 2031 zal de administratieve chaos compleet zijn als de eerste aftrekperiode van 30 jaar in box 1 afloopt en de eigen woning (deels) verhuist naar box 3.
 
De regering wil er nog niet aan, maar regeren is vooruitzien en voor een volledige verhuizing van alle eigen woningen naar box 3 ligt nu een kans! De huidige lage rente (gemiddeld 4,5% voor 30 jaar vast) maakt dat de deur naar box 3 wagenwijd openstaat. De wetgever kan dan (in theorie) in één klap bereiken dat de rente niet meer tegen 51,5%, maar tegen 30% aftrekbaar is. De overgang naar box 3 leidt voor eigenwoningbezitters tot een dubbel nadeel: minder aftrek en een lager tarief waartegen de aftrek wordt verleend. Om de gevolgen hiervan te beperken, kan worden overwogen het forfaitair rendement te verlagen naar 2,4% en het tarief te verhogen naar 50%. Het voordeel voor de wetgever is dat het overige vermogen in box 3 per saldo nog steeds tegen effectief 1,2% wordt belast. Het voordeel van het hogere tarief voor huizenbezitters is dat zij de hypotheekrente tegen 50% kunnen aftrekken. Dan rest de afschaffing van de beperking dat box 3 niet kan leiden tot een teruggaaf en de box-overschrijdende verrekening van verliezen. De bestaande afbouw van de maximale aftrekbaarheid zou min of meer geruisloos ingebouwd kunnen worden.
 
Jan vindt het te moeilijk. Hij wil toch gewoon weer gaan huren, want dan krijgt hij tenminste nog huurtoeslag. ‘‘Dat is veel eenvoudiger'', vindt Jan. Dat de Wet op de huurtoeslag ook ingewikkeld is en eveneens formules bevat, heb ik hem maar niet gezegd. Zijn opmerking triggert me. Een discussie over een overgang naar box 3 kan een opmaat zijn voor een aparte ‘woonbox', waarin ook de huurtoeslag en lokale heffingen ten aanzien van woningen worden geïntegreerd. ‘‘Zolang ik mijn geld maar krijg'', snauwt Jan.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Inkomstenbelasting

13

Gerelateerde artikelen