Ik ben er mee opgehouden om mensen die daar naar vragen uit te leggen wat de herziening van het belastingstelsel gaat inhouden. De voorgenomen aanpassingen in de ib-tariefschijven en heffingskortingen die na eerste politieke schermutselingen in juni jl. zijn overgebleven, hebben weinig te maken met het herzien van een stelsel.

Mijn Van Dale Handwoordenboek Hedendaags Nederlands geeft voor ‘herzien' twee omschrijvingen:

  1. nauwkeurig overzien, teneinde fouten te ontdekken en die te verbeteren, en
  2. na heroverweging wijzigen.

Van een herziening zou nog kunnen worden gesproken als die aanpassingen voor een deel zouden worden gefinancierd door een verhoging van het lage btw-tarief en een verschuiving opbrengst van rijksbelastingen naar gemeentelijke belastingen. Maar deze meer ingrijpende wijzigingen lijken politiek onhaalbaar. Wat nog wel een soort herziening is, is het terugnemen van de oversubsidiëring in de autobelastingen zoals recent aangekondigd in de Autobrief II (‘fouten uit het verleden ontdekken en verbeteren') en een aanpassing van de box-3 heffing na het arrest HR 3 april 2015, nr. 13/04247, V-N 2015/19.13 (‘na heroverweging wijzigen'). In de brief van 19 juni 2015 aan de Tweede Kamer (V-N 2015/29.3) spreekt staatssecretaris Wiebes overigens slechts over een ‘hervorming' van de vermogensrendementsheffing.

In een aparte uitgave ‘100 jaar inkomstenbelasting en hoe nu verder?' bij het recent verschenen Handboek Inkomstenbelasting 2001, doet prof. dr. Leo Stevens liefst 130 suggesties voor een technische herziening van de inkomstenbelasting. Waarom wordt op het Ministerie van Financiën met die herzieningsvoorstellen niets gedaan?

Toch zijn er twee echte en grote herzieningen in aantocht die voor de belastingbetalende burger, voor de adviespraktijk en zeker ook voor de Belastingdienst een grote impact zullen hebben. De praktische betekenis daarvan mag niet worden onderschat. Het gaat in de eerste plaats om de zogenoemde dejuridisering. In het kader van ‘vereenvoudiging van het formeel verkeer met de Belastingdienst' komt er in de toekomst pas een beschikking in de vorm van een aanslag als sprake is van een daadwerkelijk geschil. Allerlei termijnen, ook voor navordering, zullen wijzigen. Het is zaak dat bij de invoering hiervan niet alleen wordt gekeken naar het uitvoeringsbelang van de Belastingdienst, maar dat ook de belangen en de rechten van de burger worden gerespecteerd. Een tweede ingrijpende herziening is het Wetsvoorstel elektronische verkeer met de Belastingdienst, dat inmiddels in de Tweede Kamer is aangenomen. Dit voorstel raakt alle burgers. Zij worden verplicht volledig digitaal te communiceren met de fiscus.

Zo te zien komt er dus toch een herziening. Maar die gaat over iets heel anders.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Belastingrecht algemeen

13

Gerelateerde artikelen