In deze 'Uitvergroot' schrijft Ferry Makkinga over de ongeschreven regels van coulance en vooral van de logica rond het opleggen van de parkeerbelasting.

1. Carol is parkeercontroleur in Amsterdam en gespecialiseerd in het wegslepen van auto's. "Ik geef het eerlijk toe: voor mij is het een sportieve uitdaging om zoveel mogelijk ‘sleepjes' te doen. Niet omdat ik het leuk vind om automobilisten te pesten, maar omdat ik de wet moet handhaven. Fout parkeren is fout parkeren. (...) Zo heb ik een keer de wagen van een verloskundige meegenomen, terwijl ze bezig was met een bevalling. Heel lullig. Maar voor dit werk moet je nu eenmaal hard zijn."1
 
2. Zomer 2011, Rotterdam. Jan heeft een afspraak waar hij netjes moet verschijnen. Hij parkeert zijn auto voor het gebouw en voordat hij uitstapt, barst een noodweer los met extreem veel regen en wind. Hij schuilt bij het gebouw, 15 meter van zijn auto vandaan. Twee parkeercontroleurs zijn bezig met controlewerkzaamheden, zodanig gekleed dat zij hun werkzaamheden kunnen voortzetten. Zij geven Jan de gelegenheid de parkeerbelasting te betalen bij een parkeerautomaat. In weer en wind stopt Jan, die brildragend is, zijn chipkaart in de parkeerautomaat, maar bediening van de knoppen op de automaat leidt niet tot resultaat. Het scherm is moeilijk leesbaar door de regen en het water loopt via de kaart in de kaartgleuf de automaat in. Vervolgens loopt hij met instemming van de parkeercontroleurs naar een andere automaat. Ook daar lukt het niet te betalen. Na storingsmeldingen, waaronder de meldingen dat onvoldoende saldo op de chipkaart staat en dat geprobeerd moet worden bij een andere automaat te betalen, gaat Jan het gebouw in. Hij telefoneert mobiel met zijn afspraak om tevergeefs te vragen of deze een bezoekersparkeerkaart heeft. Het noodweer verhindert het buiten bellen. Jan gaat terug naar zijn auto, rijdt van de parkeerplaats weg, parkeert in een parkeergarage en gaat naar zijn afspraak. Nadien ontdekt Jan dat zijn chipkaart wel voldoende saldo had om parkeerbelasting te betalen. 
 
Op 14 juli 2011 ontvangt Jan een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Na vruchteloze bezwaar- en beroepsprocedures bevestigt de inspecteur in hoger beroep de juistheid van Jans verhaal, maar stelt dat de naheffingsaanslag toch terecht is opgelegd. Het hof oordeelt dat Jan na het parkeren van de auto onafgebroken geprobeerd heeft parkeerbelasting te betalen. Alle met die handelingen gemoeide tijd moet worden gerekend tot de tijd die Jan had moeten worden gegund om parkeerbelasting te betalen. Dat de betaling van parkeerbelasting niet is geslaagd, is geen reden voor een ander oordeel. De naheffingsaanslag wordt vernietigd.2
 
De hoogte van de acceptatiegraad van en beeldvorming over belastingen is een direct gevolg van niet alleen de kwaliteit, rechtvaardigheid en zorgvuldigheid van belastingheffing, maar ook van de wijze van handelen van gemeenten en andere overheden. Voor vele burgers voelt belastingheffing immers al als gelegitimeerde diefstal, zeker als het aangrijppunt van heffing zijn huis, hond of auto is. Beste belastingambtenaren: regels zijn inderdaad regels, maar vergeet u, indien u enige beoordelingsvrijheid heeft, de ongeschreven regels van coulance en vooral van de logica niet! 
 
1Bron: De Telegraaf, 26 september 2009, Bijlage Vrouw, artikel "Ik heb een taboe-beroep".
2Hof Den Haag 9 september 2013, nr. BK 12-00753, ECLI:NL:GHDHA:2013:4636.

 

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

12

Gerelateerde artikelen