Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht verschaft in de ramingen van de kosten en de opbrengsten van parkeerbelasting, waardoor de in de Verordening vastgestelde verhaalbare kosten onverbindend zijn.
De Kennisgroep omzetbelasting heeft verduidelijkt dat een universiteit die zonder winstoogmerk een sportcentrum exploiteert, de BTW-sportvrijstelling kan toepassen op het tegen vergoeding verlenen van het recht om te sporten. Dat geldt ook wanneer de sportactiviteiten geen nauw verband houden met het vrijgestelde onderwijs van de instelling.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de objectvrijstelling niet van toepassing is op de in het jaar 2021 door X NV behaalde winst met de vaste inrichting in de VS. Volgens de rechtbank volgt uit de overgangsregeling van art. 33b Wet VPB 1969 dat voor het vervallen van de inhaalverplichting een stakingsverlies als bedoeld in art. 15i lid 2 Wet VPB 1969 is vereist.