Begin 2013 is aangekondigd dat de verplichte invoering van de werkkostenregeling wordt uitgesteld tot 1 januari 2015. Tegelijkertijd is aangegeven dat het Ministerie van Financiën aanpassingen van de werkkostenregeling overweegt. Er lijken hierbij twee mogelijkheden te zijn: 1. De huidige werkkostenregeling wordt met wat kleine aanpassingen per 1 januari gecontinueerd. 2.Het noodzakelijkheidscriterium wordt per 1 januari 2015 ingevoerd.

Scenario 1

Dit zullen in de eerste plaats vooral uitvoeringstechnische veranderingen zijn. Zo zal de afrekening van de werkkostenregeling, bij overschrijding van de vrije ruimte, mogelijk  gaan plaatsvinden na afloop van het kalenderjaar of boekjaar. Daarnaast zou de werkkostenregeling  per concern toegepast kunnen of moeten worden in plaats van per inhoudingsplichtige.
 
Uit evaluaties van de werkkostenregeling is ook naar voren gekomen dat in de praktijk met name knelpunten worden ervaren met het huidige werkplekcriterium. Alleen voorzieningen die, mede, op de werkplek worden gebruikt of verbruikt, worden nu op nihil gewaardeerd.
 
Het Ministerie van Financiën denkt er over concreet ervaren knelpunten te gaan oplossen. Als belangrijkste voorbeeld heeft men het parkeren buiten het eigen bedrijfsterrein van de werkgever genoemd. Tenslotte overweegt het Ministerie een herinvoering van een specifieke vrijstelling voor producten en diensten uit het eigen bedrijf. Dit omdat met name de detailhandel onevenredig hard wordt getroffen door de werkkostenregeling; in verhouding hebben deze werkgevers veel laag betaald personeel en de mogelijkheid onbelast personeelskortingen te geven is vervallen met de huidige werkkostenregeling.

Scenario 2

Wordt het scenario 2 dan zullen waarschijnlijk ook de hiervoor genoemde uitvoeringstechnische veranderingen plaatsvinden. Daarnaast zal het noodzakelijkheidscriterium dan worden geïntroduceerd. Het noodzakelijkheidscriterium gaat uit van de gedachte dat het verstrekken, vergoeden of ter beschikking stellen van zaken waarvan de werkgever het nodig en noodzakelijk vindt dat zijn werknemers die in hun werk gebruiken, geheel buiten het loonbegrip blijven. En dus onbelast blijven. Vakliteratuur, gereedschappen, mobiele telefoons en dergelijke kunnen dan op grond van de nieuwe definitie van het loon al onbelast zijn.
 
Om aan te sluiten bij de maatschappelijke opvattingen van wat loon is, zal veel meer de achtergrond van de voorziening een rol moeten spelen. Heeft de voorziening, bijvoorbeeld de verstrekking van een Ipad, vooral een zakelijke achtergrond en kan de werkgever in redelijkheid menen dat dit nodig is voor de uitoefening van de dienstbetrekking, dan kan het eventuele privé voordeel van die voorziening buiten beschouwing blijven. Andersom kan dit ook; is een voorziening gericht op het belonen van een werknemer, maar kan deze voorziening ook bijdragen aan de uitoefening van de dienstbetrekking, dan is deze toch volledig belast. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een maandelijkse borrel op kosten van de werkgever.
 

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Loonbelasting

2

Gerelateerde artikelen