In bijna 40 jaar tijd is de belasting over toegevoegde waarde (btw) uitgegroeid tot de belangrijkste belasting voor het Rijk.

Dat schrijft NU.nl.

Btw-heffing is een vorm van omzetbelasting op de verkoop van goederen en diensten. De btw-heffing vond voor het eerst plaats in januari 1969, vlak na de invoering van de Wet op de omzetbelasting.

De opbrengsten voor de staat zijn sterk opgelopen sinds de start van de btw-heffing. In 1969 werd 2,5 miljard euro (omgerekend van guldens naar euro's) geïnd. In 2007 was dat al 42,9 miljard euro. Voor de eeuwwisseling schommelden de de jaarlijkse opbrengsten gemiddeld rond de 6,5% van het bruto binnenlands product (bbp). Na de eeuwwisseling is dit percentage boven de 7% komen te liggen.

Vanaf 1997 haalde btw de loonbelasting in als belangrijkste belasting. De btw zorgt nu voor 32% van de totale belastinginkomsten, terwijl de loonbelasting verantwoordelijk is voor 29%. Daarnaast draagt de vennootschapsbelasting voor 14% bij en de accijnzen voor 8%.

Huishoudens nemen 68% van de btw-opbrengsten voor hun rekening via het kopen van goederen, diensten en woningen. Bedrijven, instellingen en de overheid zijn gezamenlijk goed voor 19%. De rest komt uit investeringen van onder andere woningbouwverenigingen en ziekenhuizen.

Bron: Redactie TaxLive

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Omzetbelasting

0

Gerelateerde artikelen