De Hoge Raad heeft op 6 februari 2015 een belangrijke uitspraak gedaan voor de insolventiepraktijk. Hij is teruggekomen van de regel dat het faillissement van een vennootschap onder firma steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten tot gevolg heeft.

Het eerdere standpunt van de Hoge Raad 

De handelsvennootschap onder firma Kieft, Schep en Van der Zwaan exploiteerde de melkinrichting "De Eendracht". Op 16 februari 1927 is zij echter in hoger beroep door het Hof Amsterdam failliet verklaard. In cassatie betoogt de v.o.f. onder meer dat uit de toestand van hebben opgehouden te betalen bij de v.o.f. nog niet van zelf voortvloeit dat de gewezen firmanten ook opgehouden hebben te betalen en dat dit ook niet is gebleken.
 
De Hoge Raad overweegt in deze kwestie bij arrest van 14 april 1927 onder meer dat "de wet toelaat de faillietverkaring eener vennootschap onder firma uit te lokken, welke faillietverklaring dan noodwendig het faillissement van de leden van de vennootschap ten gevolge heeft". Daarmee formuleert de Hoge Raad een (strakke) regel dat het faillissement van een v.o.f. noodzakelijkerwijs leidt tot het faillissemet van de vennoten.

Waarom is de Hoge Raad omgegaan?

Deze rechtspraak die is ingezet in 1927 dateert echter van vóór de invoering van de schuldsaneringsregeling. Onder meer deze invoering van de schuldsaneringsregeling zorgt er in de ogen van de Hoge Raad voor dat de strakke regel niet langer op zijn plaats is. Vennoten - natuurlijke personen - die een wsnp-verzoek hebben ingediend dienen niet zonder meer failliet te worden verklaard indien de v.o.f. failliet wordt verklaard. Bovendien dient de rechter op grond van Europese regelgeving ten aanzien van de v.o.f. en de vennoten afzonderlijk te bepalen of hem internationale bevoegdheid toekomt om een insolventieprocedure te openen, zoals het uitspreken van een faillissement. De oude regel is hiermee niet te verenigen, indien de v.o.f. in Nederland is gevestigd en de vennoten in (een) andere lidsta(a)t(en) woonachtig zijn.

Wat betekent dit in de praktijk?

Een schuldeiser die niet alleen het faillissement van een v.o.f. maar ook de vennoten wil laten failleren, dient dit in zijn verzoekschrift ten aanzien van ieder van hen afzonderlijk te verzoeken en te stellen dat ieder van hen afzonderlijk in de toestand verkeert van hebben opgehouden te betalen. Het verdient aanbeveling dat deze verzoeken zoveel mogelijk gezamenlijk worden gedaan. De rechter zal vervolgens bij de behandeling moeten onderzoeken of ook ten aanzien van de vennoten afzonderlijk aan de voorwaarden voor faillietverklaring is voldaan.
 

Bron: Buren

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Insolventierecht

3

Gerelateerde artikelen