De Rechtspraak ligt goed op koers met het moderniserings- en digitaliseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie. Stap voor stap wordt gewerkt aan de uitbouw van de systemen die uiteindelijk moeten leiden tot een zo goed als papierloze rechtspraak.
Dat zegt Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, in een terugblik op de eerste anderhalf jaar van het moderniseringsprogramma. Dit programma, dat rechtspraak sneller, begrijpelijker en efficiënter moet maken, werd aangekondigd in het regeerakkoord. Een belangrijk middel hierbij is de digitalisering van de rechtsgang, waarbij alles rondom een zaak in principe digitaal gaat. De zaken zelf blijven mondeling verlopen. Professionele partijen worden verplicht digitaal te gaan procederen, burgers mogen er voor kiezen – als ze de voorkeur voor papier hebben, kan dat ook.   
KEI is een gezamenlijk project van het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Rechtspraak. V en J is verantwoordelijk voor wetgeving die het mogelijk moet maken digitaal rechtszaken te kunnen voeren, de Rechtspraak is verantwoordelijk voor de procesinnovaties.

Wetgeving

‘Het is waarschijnlijk dat de benodigde wetgeving enige vertraging oploopt', zegt Bakker. ‘De planning was dat uiterlijk 1 juli de wetgeving door het parlement zou zijn aangenomen. Inmiddels zijn de wetten die het mogelijk maken zaken in eerste aanleg, in hoger beroep en cassatie digitaal af te handelen, aangenomen door de Tweede Kamer. Unaniem!, dat zegt veel over het draagvlak. Maar de invoeringswet is nog niet behandeld. Bovendien moeten deze 3 wetten aansluitend nog naar de Eerste Kamer. Dat die voor 1 juli nog stemt, is onwaarschijnlijk.'
 
Met de andere partijen die bij rechtspraak betrokken zijn, zoals de advocatuur, is afgesproken dat er na aanvaarding van de wetsvoorstellen een gewenningsperiode van een half jaar intreedt.  ‘Afhankelijk van de parlementaire agenda zullen we nu dus iets later starten. We ontwikkelen daar nu scenario`s voor'.

Gefaseerde invoering

Kenmerkend voor de procesinnovatie door de Rechtspraak is dat heel bewust gekozen is voor een gefaseerde invoering. Eerst wordt op kleine schaal gekeken of de systemen werken. Pas als dat helemaal zeker is, wordt opgeschaald. ‘Een treffend voorbeeld van deze werkwijze is de eKantonrechter', zegt Bakker. ‘Vanaf vorig jaar zomer is het mogelijk relatief eenvoudige geschillen op het gebied van wonen, werken en winkelen digitaal in te dienen en te volgen. De zaken kunnen vanuit het hele land worden ingediend, maar vooralsnog behandelen de rechtbanken Rotterdam en Oost-Brabant ze. Inmiddels zijn 7 zaken op deze manier afgehandeld. Dat aantal is teleurstellend weinig, maar bij de eKantonrechter is het nu nog zo dat beide partijen akkoord moeten gaan met deze vorm van procederen. Ook is onder de huidige wetgeving hoger beroep niet mogelijk. Die combinatie is in de praktijk een forse hindernis gebleken. Daardoor is het aantal zaken nog beperkt. Toch is eKantonrechter een succes, want wij hebben daardoor het afgelopen jaar kunnen oefenen met deze eerste digitale procedure. En zodra de nieuwe wetgeving is ingevoerd gaan we de techniek van eKantonrechter, in enigszins aangepaste vorm, gebruiken voor digitaal procederen in civiele - en bestuurszaken.'
De invoering van de eKantonrechter zelf verliep eveneens gefaseerd. Zo konden eerst alleen een beperkt aantal rechtsbijstandverzekeraars van deze mogelijkheid gebruik maken, later ook andere bedrijven en weer later burgers. Bakker: ‘Zo kunnen we steeds, als het blijkt te functioneren, opschalen.'

Nu nog vrijwillig

Ook in asiel- en bewaringszaken wordt op deze manier gewerkt. Bij de drie pilotgerechten Amsterdam, Overijssel en Noord-Holland kan een aantal geselecteerde advocaten digitaal hun asiel- en bewaringszaken indienen. De rechtbank Amsterdam beet in april het spits af. Inmiddels zijn daar 18 zaken digitaal ingediend en grotendeels afgehandeld. In Overijssel en Noord-Holland zijn inmiddels ook de eerste zaken digitaal ingediend. Bakker: ‘Ook hier geldt: rustig starten. Als de kinderziektes eruit zijn, zetten we nieuwe stappen. Je moet ook niet vergeten: voor ons als Rechtspraak is het nieuw, maar dat geldt ook voor de partijen waar wij zaken mee doen.'
Bakker is overtuigd van de keuze voor de geleidelijke op- en uitbouw van de systemen waarmee digitale procedures kunnen worden gevoerd. ‘Geen big bang, maar stap voor stap voor stap. Vergeet ook niet: digitaal procederen is nu nog vrijwillig. Het is zaak nu te leren door met een beperkt aantal zaken te beginnen. Alles met het doel om helemaal klaar te zijn als het verplicht wordt digitaal te procederen.' 
 
 

Bron: de Rechtspraak

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Bronbelasting

0

Gerelateerde artikelen