Een stamrechtverplichting valt niet onder de werking van de Wet Verevening Pensioenen bij Scheiding (Wvps), zo oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden.

De zaak (27 januari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:527) verloopt als volgt. Man en vrouw hebben een geschil over de vermogensrechtelijke afwikkeling van hun ontbonden huwelijk. Op grond van artikel 1 van hun huwelijkse voorwaarden bestaat tussen man en vrouw geen enkele gemeenschap van goederen. Wel hebben ze afgesproken om jaarlijks hun overgespaarde inkomsten te verrekenen.

De man heeft bij de omzetting van zijn eenmanszaak in een BV zijn stakingswinst en oudedagsreserve omgezet in een stamrecht. De vrouw stelt dat het stamrecht moet worden verevend omdat het een op pensioen lijkende toezegging is. Het Hof volgt de redenering van de vrouw niet. Een stamrechtverplichting is niet vermeld in de Wvps. De vrouw is er volgens het Hof niet in geslaagd om te onderbouwen dat er sprake is van te verevenen pensioen in de zin van de Wvps. De eis tot verevenen wordt niet gehonoreerd.

Belang voor de praktijk

Artikel 1 van de Wvps geeft een limitatieve opsomming van de pensioenregelingen en pensioenen die onder de werkingssfeer van deze wet vallen. Uit de wet blijkt duidelijk dat goudenhanddrukstamrechten, stamrechtverplichtingen en lijfrenten niet onder de werking van de Wvps vallen. De Wvps is regelend recht. Het staat partners wel vrij om in huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden afwijkende afspraken te maken.

 

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Pensioenen, Huwelijksvermogensrecht

0

Gerelateerde artikelen