Een echtpaar heeft een woning met een landgoed. Rechtbank Gelderland oordeelt dat het landgoed voor 95% aanhorig is bij de woning. De financieringsrente is in diezelfde mate aftrekbaar.
De zaak (15 november 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6041) verloopt als volgt. Een echtpaar heeft een woning met een landgoed. Het landgoed bestaat uit opstallen, weg, water, grasland, weiland, bouwland, hooiland en kade. De vraag is of het volledige landgoed een ‘aanhorigheid' bij de woning is. In het verleden heeft de Hoge Raad het begrip aanhorigheid gedefinieerd. Van een aanhorigheid is sprake als een perceel:
  1. behoort bij de eigen woning;
  2. daarbij in gebruik is; en
  3. daaraan dienstbaar is.
Als het landgoed een aanhorigheid is, is de financieringsrente aftrekbaar als eigenwoningrente. Is het landgoed niet (volledig) aan te merken als een aanhorigheid, dan is de financieringsrente niet (volledig) aftrekbaar. Het echtpaar stelt dat het volledige landgoed aanhorig is. De inspecteur van de Belastingdienst is het hier niet mee eens.
 
Rechtbank Gelderland oordeelt op basis van overlegde foto's en de toelichting van het echtpaar dat alleen de waterpartij en het (half)natuurlijk grasland niet aanhorig zijn. Samenvattend oordeelt de rechtbank dat het landgoed voor 95% aanhorig is en dat de financieringsrente derhalve ook voor 95% ziet op de aanhorigheden.

Belang voor de praktijk

In dit geval gaat het om een landgoed. Veel vaker zien we de vraag voorbij komen of een schuur of garage een aanhorigheid is. Allereerst is het goed te weten dat een feitelijke verbondenheid met de woning niet vereist is. Zelfs als de garage van de woning is gescheiden door een sloot, kan deze nog steeds aanhorig zijn.
 
Als er sprake is van een garage(box) in een appartementencomplex, is deze doorgaans een aanhorigheid. Als een garage drie straten verderop ligt, is dat niet meer het geval. Waar de grens ligt, valt in zijn algemeenheid niet aan te geven. Om discussie achteraf te voorkomen, valt het te adviseren om bij twijfel de inspecteur van de Belastingdienst te raadplegen.
 
Het is niet nodig dat een woningeigenaar de aanhorigheid gelijktijdig met de woning verkrijgt. Een woningeigenaar kan ook later een aanhorigheid verkrijgen. Bij latere verkrijging van een aanhorigheid geldt voor de overdrachtsbelasting het 2%-tarief in plaats van het 6%-tarief.
 
Als de woningeigenaar zijn garage(box) verhuurt, is deze niet bij de woning in gebruik. Er is dan geen sprake van een aanhorigheid.
 

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

Dossiers: Agro

6

Gerelateerde artikelen