Op 1 april 2025 is nummer 15 van Vakstudie Nieuws verschenen. In deze aflevering zijn de volgende belangrijke zaken opgenomen:
- KG-standpunt over opgeofferd bedrag deelneming bij verkrijging deelneming via winstuitdeling door dochter
De Kennisgroep deelnemingsvrijstelling heeft twee vragen beantwoord over de toepassing van art. 8bd Wet VPB 1969. De vragen betreffen het opgeofferde bedrag van een deelneming die de belastingplichtige door middel van een winstuitdeling heeft verkregen van haar dochter en de toepasselijkheid van de deelnemingsvrijstelling. (punt 6) - Woningtarief OVB volgens A-G Wattel bij verkrijging kavels waarover (gedeelte) voormalige woning was verspreid
A-G Wattel concludeert dat voor de verkrijging door X het woningtarief van 2% geldt. Er is sprake van natrekking van de muur en het terras van een andere kavel, die naar verkeersopvatting bestanddelen van de woning waren. (punt 11) - Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over toepasbaarheid subjectgebonden voorwaarden
BTW-vrijstellingsbepaling bij een fiscale eenheid De Hoge Raad twijfelt over de toepasbaarheid van subjectgebonden voorwaarden van een BTW-vrijstellingsbepaling bij een BTW-groep. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU. (punt 12) - Besluit correctiebeleid belastingaanslagen gepubliceerd
De Staatssecretaris van Financiën heeft het huidige correctiebeleid vastgelegd in het Besluit correctiebeleid belastingaanslagen. De correctiegrens bij het vaststellen van een (navorderings)aanslag IB en VPB is aangepast naar aanleiding HR 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1109, BNB 2020/134, V-N 2020/31.18 en HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1671, BNB 2022/21, V-N 2021/49.17. (punt 16) - Geen bewijs-reactie van belanghebbende zodat verlaagde wettelijke proceskostenvergoeding van toepassing is
De Hoge Raad oordeelt dat, nu belanghebbende geen bewijs heeft geleverd, de zaak van belanghebbende voor de proceskostenvergoeding niet kan worden beschouwd als een bijzonder geval als bedoeld in r.o. 3.5.2 van HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46, V-N 2025/5.27. De Hoge Raad berekent daarom de proceskostenvergoeding voor de cassatiefase met inachtneming van de beperkingen uit de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM. (punt 18) - Vergoedingen wegens meerinbreng uit voorhuwelijkse periode
De Hoge Raad oordeelt dat als een goed de echtgenoten reeds vóór het huwelijk gezamenlijk toebehoorde en de ene echtgenoot eveneens reeds vóór het huwelijk een vordering op de andere heeft verkregen in verband daarmee, de met die vordering corresponderende schuld niet in de huwelijksgemeenschap valt. (punt 21)
Producten: Inhoudsopgave V-N
100