Op 1 april is nummer 7569 verschenen. In deze aflevering zijn de volgende bijdragen opgenomen:

  • Prof. dr. mr. P.G.H. Albert & prof. mr. dr. W. Burgerhart - Latente ab-claim: nominale of contante waarde?
    Als bij overlijden van een ab-houder (of bij ontbinding van het huwelijk van een ab-houder door echtscheiding of het overlijden van zijn huwelijkspartner) de ab-claim niet hoeft te worden afgerekend, zal een latente ab-claim zichtbaar worden. De auteurs bespreken aan de hand van enkele voorbeelden hoe de latente ab-claim moet worden berekend (op de nominale waarde of op de contante waarde).
  • Mr. dr. J.J.A.M. Korving - Een beschouwing naar aanleiding van rapport 2024/27 van de Europese Rekenkamer
    Op 28 november 2024 publiceerde de Europese Rekenkamer een ‘Speciaal verslag’ over de bestrijding van schadelijke belastingregelingen en ontwijking van vennootschapsbelasting. In het rapport evalueerde de Europese Rekenkamer drie richtlijnen: de anti-belastingontwijkingsrichtlijn (ATAD), de vijfde aanpassing van de informatie-uitwisselingsrichtlijn (DAC6) en de richtlijn betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen (TDRD). In deze bijdrage benadert de auteur het rapport van de Europese Rekenkamer mede in relatie tot recente ontwikkelingen, zoals de doelstellingen van de nieuwe Europese Commissie en recente arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
  • Mr. drs. R.W. te Paske & Q.M.M. Mulder MSc - De (on)zakelijkheid van non-investment grade leningen
    Aan de hand van een financiële database analyseren auteurs de behandeling van de non-investment grade lening in het Verrekenprijsbesluit. In tegenstelling tot wat het Verrekenprijsbesluit suggereert, pleiten auteurs ervoor om non-investment grade leningen in beginsel als zakelijk te kwalificeren.
  • Mr. H. Spaermon - Asbestvrijstelling ten onrechte buitenspel gezet
    De vrijstelling voor asbest dakafval in de afvalstoffenbelasting is vanaf 1 januari 2025 door beperkingen in het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag feitelijk buitenspel gezet. Dit blijkt ten onrechte te zijn gebeurd en daarom wordt bepleit om de tijdsperking in het Uitvoeringsbesluit met terugwerkende kracht te laten vervallen.
  • Rubriek Parlementair

Producten: WFR-signaleringen

38