X brengt in 2015 zorgkosten in aftrek in de aangifte van haar toenmalige partner. Na correctie door de inspecteur maakt X, als gemachtigde van haar partner, bezwaar. Vervolgens stelt zij ‘op eigen naam’ beroep in, omdat de relatie inmiddels is beëindigd en zij naar eigen zeggen vanwege veiligheidsredenen geen contact meer heeft met haar ex-partner. Hof Amsterdam verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat X geen volmacht overlegt waaruit blijkt dat zij namens haar ex-partner optreedt. In verzet overweegt het hof dat aan het zelfstandig recht op beroep van X (art. 26a lid 2 AWR) niet afdoet dat X op grond van art. 7:1 Awb eerst zelf bezwaar had moeten maken alvorens beroep te kunnen instellen. Nu X volgens het hof namens de man bezwaar heeft ingesteld, kan zij niet zelf in (hoger) beroep gaan.
Advocaat-generaal Pauwels bespreekt of iemand wiens inkomens- en vermogensbestanddelen zijn toegerekend aan de partner (hoger) beroep kan instellen zonder zelf bezwaar te hebben gemaakt. In deze zaak maakt X alleen namens haar ex-partner bezwaar. Beroep op eigen naam is dan uitgesloten als X redelijkerwijs valt te verwijten dat zij niet zelf bezwaar heeft gemaakt (art. 6:13 Awb). Volgens de wetsgeschiedenis mag de niet-aangeslagen partner alleen zelf doorprocederen als diens positie door interne compensatie is verslechterd. De A-G vindt dit te beperkt en bepleit een materiële toets: kan de derde-belanghebbende redelijkerwijs worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt? Als dat verwijt beperkt is, staat art. 6:13 Awb ontvankelijkheid niet in de weg. De A-G meent dat het ontbreken van een goede rechtsmiddelverwijzing op het aanslagbiljet maakt dat X niet kan worden verweten dat zij geen bezwaar heeft gemaakt in de zin van art. 6:13 Awb. Hij adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond te verklaren.
Wetsartikelen:
Algemene wet inzake rijksbelastingen 26a
Algemene wet bestuursrecht 6:13
Instantie: Hoge Raad (Parket)
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 7 april
Informatiesoort: VN Vandaag