Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de aanslag IB/PVV 2019 van X correct is vastgesteld. Het hof verwerpt het bezwaar van X over het niet verlenen van uitstel voor de mondelinge behandeling en het betwiste bedrag van € 2562.

X ontvangt in 2019 een Wajonguitkering van het UWV en dient meerdere aangiftes IB/PVV in voor dat jaar. De inspecteur legt uiteindelijk een definitieve aanslag op naar een verzamelinkomen van € 14.184, wat leidt tot een terug te betalen bedrag van € 2043. X maakt bezwaar tegen deze aanslag en stelt dat de rechtbank ten onrechte geen uitstel heeft verleend voor de mondelinge behandeling om medische redenen. Daarnaast betwist X het openstaande bedrag van € 2562, stellende dat dit bedrag € 1080 moet zijn. De inspecteur handhaaft de aanslag en stelt dat de aanslag eerder te laag dan te hoog is vastgesteld, gebaseerd op een renseignement van het UWV. In geschil is of de rechtbank ten onrechte geen uitstel heeft verleend voor de mondelinge behandeling en of er sprake is van een openstaand bedrag van € 2562.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij om uitstel van de mondelinge behandeling heeft verzocht. Het hof acht het niet aannemelijk dat X het door hem gedane verzoek om uitstel heeft gedaan, aangezien er geen schriftelijke stukken of nadere informatie zijn overgelegd. Daarnaast oordeelt het hof dat de inspecteur met het overgelegde renseignement van het UWV zowel de omvang van de door X genoten inkomsten als de omvang van de op deze inkomsten ingehouden loonheffing aannemelijk heeft gemaakt. X heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor zijn stelling dat het bedrag van de loonheffing € 1080 moet zijn. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.80

Algemene wet bestuursrecht 8:56

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 4 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

238

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen