Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur terecht geen ambtshalve vermindering verleent, omdat de onjuistheid van de aanslag voortvloeit uit jurisprudentie, die is gewezen nadat de aanslag onherroepelijk vaststond.
X woont in Litouwen en werkt als zeevarende voor een Nederlandse werkgever op een zeeschip dat onder de vlag van de Bahama’s vaart. In zijn aangifte IB/PVV 2015 geeft X aan het gehele jaar in Nederland premieplichtig te zijn. De inspecteur legt op 25 april 2017 een aanslag IB/PVV 2015 op, uitsluitend bestaande uit premies volksverzekeringen over een premie-inkomen van € 23.378. X maakt hiertegen geen bezwaar. Na de arresten HvJ EU 8 mei 2019, ECLI:EU:C:2019:381 (SF), BNB 2019/104, V-N 2019/23.6 en HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1201, BNB 2019/138, V-N 2019/35.11 maakt X op 13 september 2019 alsnog bezwaar tegen de aanslag, maar de inspecteur verklaart dit bezwaar niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding en behandelt het bezwaar als een verzoek om ambtshalve vermindering. Dit verzoek wordt op 30 december 2019 afgewezen. X gaat in bezwaar en beroep. In beroep is in geschil of de inspecteur het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag IB/PVV 2015 terecht heeft afgewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur terecht geen ambtshalve vermindering verleent, omdat de onjuistheid van de aanslag voortvloeit uit jurisprudentie, die is gewezen nadat de aanslag onherroepelijk vaststond. De rechtbank stelt vast dat de arresten HvJ EU 8 mei 2019, ECLI:EU:C:2019:381 (SF), BNB 2019/104, V-N 2019/23.6 en HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1201, BNB 2019/138, V-N 2019/35.11 pas na het onherroepelijk worden van de aanslag zijn gewezen. Er is daarom sprake van 'nieuwe jurisprudentie', waarvoor geen ambtshalve vermindering wordt gegeven. Tot slot is het niet verlenen van de ambtshalve vermindering ook niet in strijd met Europees recht. Het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag IB/PVV 2015 is terecht heeft afgewezen. X' beroep is ongegrond.
Wetsartikelen:
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 45aa
Wet inkomstenbelasting 2001 9.6
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 3 april
Informatiesoort: VN Vandaag