De Belgische elektriciteitswet stelt een plafond in op de marktinkomsten van elektriciteitsproducenten door middel van een heffing ten behoeve van de staat over het surplus aan inkomsten dat tussen 1 augustus 2022 en 30 juni 2023 wordt behaald. Bij de vaststelling van deze inkomsten wordt uitgegaan van (onweerlegbare) vermoedens. Enkele producenten en leveranciers van elektriciteit (waaronder Electrabel nv) zijn van mening dat het in strijd is met de in verband met de energiecrisis ingevoerde EU-Verordening 2022/1854 dat de heffing uitsluitend geschiedt op basis van (onweerlegbare) vermoedens. De Belgische rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Advocaat-generaal Rantos concludeert dat de Belgische elektriciteitswet niet in strijd is met de in verband met de energiecrisis ingevoerde EU-Verordening 2022/1854 voor zover deze uitgaat van vermoedens voor het berekenen van de inkomsten van de elektriciteitsproducenten die aan een plafond zijn onderworpen. Daarbij moeten dan wel de voorwaarden van EU-Verordening 2022/1854 worden geëerbiedigd. Ook is het niet in strijd met het EU-recht dat het plafond van de marktinkomsten uit de Belgische elektriciteitswet is gebaseerd op de inkomsten die de elektriciteitsproducenten realiseren in een tijdvak vóór de inwerkingtreding van EU-Verordening 2022/1854.
Wetsartikelen:
Verdrag betreffende de Europese Unie 6
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 288
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Milieuheffingen, Europees belastingrecht
Editie: 3 maart
Informatiesoort: VN Vandaag