Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het bezwaar van X tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding.

X ontvangt op 3 februari 2021 een naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 67,50 omdat zijn auto zonder betaling geparkeerd staat aan de Martinetsingel te Zutphen. Het aanslagbiljet wordt onder de ruitenwisser van de auto geplaatst. X maakt op 6 augustus 2021 bezwaar tegen de naheffingsaanslag, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. X stelt dat hij de acceptgiro voor de betaling niet heeft ontvangen en ervan uitging dat de naheffingsaanslag was vernietigd vanwege een defecte parkeerautomaat. In geschil is of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en zo nee, of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de naheffingsaanslag op 3 februari 2021 rechtsgeldig aan X is bekendgemaakt en dat de bezwaartermijn op 17 maart 2021 is verstreken. Het hof stelt dat X, als jurist, op de hoogte had moeten zijn van de bezwaartermijn en dat het afwachten van de acceptgiro voor zijn rekening en risico komt. Er is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Gelderland en verklaart het hoger beroep ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 6:11

Algemene wet inzake rijksbelastingen 22j

Gemeentewet 234

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingen van lagere overheden

Editie: 3 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen