De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur inmiddels geheel aan de cassatieklacht is tegemoetgekomen door de € 93 hogere vergoeding aan X te betalen, zodat haar beroep in cassatie niet-ontvankelijk is. Voor de hoogte van de proceskosten is nader feitenonderzoek noodzakelijk.

X doet BPM-­aangifte voor een personenauto met schade. In geschil is de naheffingsaanslag. Rechtbank Den Haag verlaagt de aanslag en X krijgt wegens het overschrijden van de redelijke termijn een immateriële schadevergoeding van € 500. Hof Den Haag handhaaft de (verminderde) aanslag. Niet in geschil is dat in eerste aanleg de proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsfase onjuist is vastgesteld. Deze wordt alsnog verhoogd tot € 2370. Voor het hoger beroep krijgt X een proceskostenvergoeding van € 437,50 (wegingsfactor 0,25) en een griffierechtvergoeding van € 181. X gaat op 28 maart 2024 in cassatie. Niet in geschil is dat het hof een griffierechtvergoeding van € 274 had moeten toekennen. De inspecteur heeft het verschil van € 93 inmiddels betaald en heeft op 16 mei 2024 aangeboden de cassatieproceskosten te vergoeden op basis van 2 punten (beroepschrift) x 0,25 (BPM-zaak) x 0,25 (zeer licht) x € 837= € 104,62 (art. 19a lid 2 Wet BPM 1992). X heeft dit aanbod op dezelfde dag afgewezen.

De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur inmiddels geheel aan de cassatieklacht is tegemoetgekomen door de € 93 hogere griffierechtvergoeding aan X te betalen, zodat haar beroep in cassatie niet-ontvankelijk is. De Staatssecretaris wordt veroordeeld om het in cassatie betaalde griffierecht en de proceskosten ter zake van deze cassatieprocedure te vergoeden. Voor de hoogte van de proceskosten conform de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM is nader feitenonderzoek noodzakelijk (zie HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46, V-N 2025/5.27). X wordt daarom in de gelegenheid gesteld om nadere gegevens te verstrekken ter voldoening aan de op dit punt op haar rustende bewijslast. De Staatssecretaris kan er daarna schriftelijk op reageren. In afwachting daarvan wordt de zaak aangehouden.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:74

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 3 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

170

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen