Het Finse A Oy verleent financiële diensten, waaronder factoring. Met haar cliënten sluit A Oy overeenkomsten voor factoring via factuurfinanciering (factoring via verpanding) of factoring via cessie van vorderingen. Op verzoek van A Oy geeft de centrale belastingcommissie een ruling over de BTW-behandeling van de commissies en vergoedingen die zij aan haar klanten in rekening brengt in het kader van haar factoringactiviteiten. Volgens de centrale belastingcommissie is de zogenaamde financieringscommissie vrijgesteld van BTW en moet de zogenaamde aanvangsvergoeding worden opgesplitst in een aan BTW onderworpen en een van BTW vrijgesteld gedeelte. A Oy is het hier niet mee eens. Volgens haar moeten alle in rekening gebrachte commissies en vergoedingen aan BTW worden onderworpen. De Finse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Advocaat-generaal Rantos concludeert dat de commissies en vergoedingen die factor A Oy in rekening brengt de tegenprestatie vormen voor één enkele ondeelbare prestatie, de ‘inning van schuldvorderingen’. Deze prestatie is onderworpen aan de BTW-heffing. Dit geldt zowel wanneer de vergoedingen en commissies in rekening worden gebracht in het kader van factoring via cessie van vorderingen als wanneer het in rekening worden gebracht in het kader van factoring via factuurfinanciering.