X is directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap die eigenaar is van een gemeubileerde woning in Middelburg. X heeft zijn hoofdverblijf buiten de gemeente Middelburg en heeft de gemeubileerde woning in de jaren 2021 tot en met 2023 niet verhuurd aan derden. De heffingsambtenaar van de gemeente Middelburg heeft aan X aanslagen forensenbelasting opgelegd voor deze jaren. X maakt bezwaar tegen deze aanslagen en stelt dat hij niet belastingplichtig is omdat de woning eigendom is van de vennootschap en niet van hem persoonlijk. Daarnaast voert X aan dat de woning niet verhuurd kon worden vanwege verzakkingen, onvoltooide infrastructuur en het ontbreken van een verhuurorganisatie. De heffingsambtenaar verklaart de bezwaren ongegrond, waarna X beroep instelt bij de rechtbank.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de aanslagen forensenbelasting terecht aan X zijn opgelegd. De woning is in beginsel beschikbaar voor X en zijn gezin op de dagen dat de woning niet is verhuurd aan derden, ook al maakten zij op die dagen geen gebruik van de woning. Het gegeven dat de vennootschap eigenaar is van de woning neemt niet weg dat de woning toch ter beschikking stond aan X. X heeft in zijn hoedanigheid als directeur en enig aandeelhouder van de vennootschap immers de volledige zeggenschap en daarmee de volledige feitelijke beschikkingsmacht over de woning. De woning heeft gedurende de drie jaren ter beschikking gestaan aan X. De aangevoerde verzakkingen en onvoltooide infrastructuur doen hieraan niet af. De beroepen van X zijn ongegrond en de aanslagen forensenbelasting blijven gehandhaafd.
Wetsartikelen:
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 3 maart
Informatiesoort: VN Vandaag