Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X geen recht heeft op een hogere vrijstelling voor erfbelasting. De huidige wetgeving biedt geen hogere vrijstelling voor de situatie van X en er is geen leemte in de wetgeving die een hogere vrijstelling rechtvaardigt.

X woont sinds zijn geboorte bij zijn moeder, die in 2020 overlijdt. In verband met het overlijden van zijn moeder verkrijgt X een erfenis van € 60.945. De inspecteur past een erfbelastingvrijstelling voor kinderen van € 20.946 toe. De belaste verkrijging uit de erfenis is zodoende € 39.999. X maakt bezwaar tegen de aanslag, stelt dat hij recht heeft op een hogere vrijstelling en beroept zich op vervallen wetgeving die hogere vrijstellingen bood voor oudere thuiswonende kinderen en mantelzorgers. De inspecteur wijst het bezwaar af en handhaaft de aanslag. X stelt beroep in bij de rechtbank. In geschil is of X recht heeft op een hogere vrijstelling voor erfbelasting.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X geen recht heeft op een hogere vrijstelling voor erfbelasting. De huidige wetgeving biedt geen hogere vrijstelling voor de situatie van X en er is geen leemte in de wetgeving die een hogere vrijstelling rechtvaardigt. Het argument van X dat de wetgever een vervangende regeling had moeten treffen na het afschaffen van eerdere vrijstellingen wordt door de rechtbank verworpen. X' beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Successiewet 1956 1a

Successiewet 1956 32

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Editie: 28 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

26

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen