X BV is opgericht in 2013 en houdt zich bezig met de handel in paarden en activiteiten gerelateerd aan de paardensport. De enig aandeelhouder van X BV houdt deze aandelen in zijn hoedanigheid van president van de paardensportbond van Qatar. In 2013 ontvangt X BV meerdere betalingen van de bond voor een totaalbedrag van € 10.675.905. In 2015 sluiten X BV en de bond een sponsorovereenkomst waarin X BV sponsorrechten verleent en zorgt voor training en ondersteuning van ruiters en paarden. X BV vraagt over 2013 een bedrag van € 1.552.443 aan voorbelasting terug van de op diverse inkoopfacturen in rekening gebrachte BTW. Na een boekenonderzoek in 2018 legt de inspecteur een naheffingsaanslag op voor de teruggevraagde voorbelasting over 2013.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat er voor de betalingen in 2013 geen concrete afspraken of onderbouwingen zijn en dat X BV daardoor niet aannemelijk maakt dat er (niet van BTW vrijgestelde) diensten zijn verleend aan de paardensportbond van Qatar. De kosten die X BV in 2013 heeft gemaakt zijn (indirect) betaald met geld van de bond waarbij enige vastlegging over de aard van die betalingen ontbreekt. Bij de in 2013 ingediende aangiften omzetbelasting is daarnaast geen omzet aangegeven. Verder oordeelt de rechtbank dat de vastlegging van activiteiten in de sponsorovereenkomst uit 2015 geen verband houdt met de activiteiten in 2013. X BV heeft geen recht op teruggaaf van BTW.
Wetsartikelen:
Wet op de omzetbelasting 1968 15
Wet op de omzetbelasting 1968 17
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Omzetbelasting
Editie: 28 februari
Informatiesoort: VN Vandaag