X levert door haar geassembleerde e-bikes aan particulieren en incidenteel aan ondernemers als eindgebruiker. Ook verleent X service- en onderhoudswerkzaamheden aan de door haar geleverde e-bikes. Binnen drie maanden na aflevering van de e-bike en bij een kilometerstand van minder dan 500 kilometer, voert X de eerste servicebeurt uit. Deze eerste servicebeurt is gratis in alle servicecenters van X. Op de factuur vermeldt X een prijs van € 67,50 voor de eerste servicebeurt en vervolgens brengt X daarop een prijs van € 67,50 in mindering voor de gratis servicebeurt. De btw-bedragen staan afzonderlijk op de factuur, waarbij voor de eerste servicebeurt is gerekend met 6% btw en voor het negatieve bedrag van de gratis servicebeurt met 21% btw. De inspecteur heft dit verschil in tariefstoepassing na. In geschil is of dit juist is.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X voor de eerste servicebeurt geen vergoeding ontvangt. X maakt niet aannemelijk dat hij een tegenprestatie bedingt voor de servicebeurt. Daarom bestaat de rechtsbetrekking tussen X en haar klant uit de levering van een e-bike waarvoor X een vergoeding ontvangt en een eerste servicebeurt waarvoor X geen vergoeding ontvangt. De ontvangen vergoeding ziet alleen op de levering van de e-bike. Deze levering is belast met 21% btw. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetsartikelen:
Wet op de omzetbelasting 1968 9
Wet op de omzetbelasting 1968 Tab I-B art. 4
Wet op de omzetbelasting 1968 4
Wet op de omzetbelasting 1968 3
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Omzetbelasting
Editie: 11 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag