X dient een verzoek in bij de geheimhoudingskamer door tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaken een envelop te overhandigen met de stukken die hij (deels) geheim wil houden. De geheimhoudingskamer neemt kennis van de inhoud van de enveloppe.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het verzoek om geheimhouding van stukken niet binnen de reikwijdte van art. 8:29 Awb valt. X is in de hoofdzaken niet is opgedragen om inlichtingen te verstrekken of stukken te overleggen. Daarom is er geen wettelijke grondslag om de stukken geheim te houden. De rechtbank wijst het verzoek om geheimhouding af.
Wetsartikelen:
Algemene wet bestuursrecht 8:29
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 27 februari
Informatiesoort: VN Vandaag