X woont in Nederland en ontvangt in 2021 een AOW-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank en pensioenuitkeringen uit Duitsland van Deutsche Rentenversicherung en Philips Pensionskasse Hamburg. De inspecteur legt op 28 november 2023 een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw over het Duitse inkomen van X en verklaart het bezwaar daartegen ongegrond. In geschil is of X bijdrageplichtig is voor de Zvw en of de aanslag tijdig en naar het juiste bedrag is opgelegd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X als ingezetene van Nederland verzekerd en bijdrageplichtig is voor de Zvw, conform de Wet langdurige zorg en de Verordening (EEG) nr. 883/2004. De Duitse pensioenuitkeringen vallen onder het bijdrage-inkomen van X. De aanslag Zvw is daarnaast binnen de wettelijke termijn van drie jaar opgelegd en correct berekend. Het beroep van X is ongegrond.
Wetsartikelen:
Algemene wet inzake rijksbelastingen 11
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Premieheffing
Editie: 7 april
Informatiesoort: VN Vandaag