X is eigenaar van een in 2005 gebouwde vrijstaande houtskeletbouw woning. De gemeente Lochem stelt de WOZ-waarde naar waardepeildatum 1 januari 2009 vast op € 666.000. Rechtbank Zutphen bevestigt de uitspraak op bezwaar. In hoger beroep is de waarde wederom in geschil. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat de gemeente de WOZ-waarde niet aannemelijk maakt. De heffingsambtenaar heeft ten onrechte geen rekening gehouden met het waardeverschil tussen traditioneel gebouwde woningen en houtskeletbouw woningen. X maakt de door hem voorgestane waarde van € 575.000 ook niet aannemelijk. Om die reden stelt het hof de waarde in goede justitie vast op € 630.000. Het hof oordeelt ook dat de rechtbank X ten onrechte geen uitstel heeft verleend voor de mondelinge behandeling. Dit is een reden om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en X de griffierechten te vergoeden. Omdat het beroep gegrond is krijgt X die evenwel al vergoed.
Wetsartikelen:
Wet waardering onroerende zaken 17
Algemene wet bestuursrecht 8:114
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Bronbelasting, Belastingen van lagere overheden
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Editie: 11 november