De Hoge Raad corrigeert in een herstelarrest de hoogte van het te heffen griffierecht.
X stelt beroep en hoger beroep in tegen een WOZ-beschikking van Belastingsamenwerking Gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht. Hof Arnhem-Leeuwarden verklaart het hoger beroep van X gegrond en kent een proceskostenvergoeding toe. Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking gaat in cassatie, maar de Hoge Raad verklaart dit cassatieberoep ongegrond (HR 31 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:156, V-N 2025/7.19. De Hoge Raad veroordeelt het dagelijks bestuur in de kosten van X voor het geding in cassatie van € 3402. Van het dagelijks bestuur wordt een griffierecht geheven van € 138.
De Hoge Raad corrigeert in een herstelarrest de hoogte van het te heffen griffierecht. De Hoge Raad heeft op 31 januari 2025 arrest gewezen, maar heeft nadien ambtshalve geconstateerd dat het arrest een fout bevat. Aan het slot van het arrest is het volgende vermeld: “Van het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht wordt een griffierecht geheven van € 138.” Waar in deze volzin “€ 138” staat, had, gelet op arti. 29 AWR in samenhang gelezen met art. 8:109 lid 1 letter c en lid 2 Awb (tekst 2024), “€ 559” moeten staan. Herstel van deze fout brengt mee dat het slot van het arrest als volgt komt te luiden: “Van het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht wordt een griffierecht geheven van € 559.”
Wetsartikelen:
Algemene wet inzake rijksbelastingen 29
Algemene wet bestuursrecht 8:109
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 24 februari
Informatiesoort: VN Vandaag
Instantie: Hoge Raad