X is het niet eens met de WOZ-waarde van drie woningen. Gedurende het beroep in eerste aanleg wijzigt X voor twee woningen van standpunt: de waarde is niet te hoog, maar juist te laag. Rechtbank Midden-Nederland honoreert dat standpunt voor de woning [adres2] 12. De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten en terugbetaling van het door X betaalde griffierecht.
Hof Arnhem-Leeuwarden verklaart het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar gegrond en draait de verhoging van de WOZ-waarde van [adres2] 12 door de rechtbank terug. Hetzelfde geldt voor de beslissing van de rechtbank over de proceskosten en het griffierecht. Het hof acht de referentiewoningen die de heffingsambtenaar heeft gehanteerd voor de onderbouwing van [adres2] 12 goed vergelijkbaar. Dat een van de referentiewoningen wit geschilderd is en iets verderop in de straat is gelegen, maakt deze woning niet ongeschikt als referentiewoning. Het hof verklaart het principale hoger beroep van X ongegrond. De WOZ-waarde van de andere twee woningen van X zijn juist vastgesteld.
Wetsartikelen:
Besluit proceskosten bestuursrecht 2
Algemene wet bestuursrecht 8:75
Wet waardering onroerende zaken 17
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Editie: 26 april