Belanghebbende, X, is het niet eens met een naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 72 (€ 16 parkeerbelasting en € 56 aan kosten) die de gemeente Amstelveen hem heeft opgelegd.
Hof Amsterdam oordeelt dat het ‘schriktarief' in de gemeente Amstelveen van € 16 per 4 uur (of gedeelte daarvan) niet leidt tot een onredelijke of willekeurige belastingheffing. De gemeente heeft dit hoge tarief geïntroduceerd om langparkeren op deze locaties te ontmoedigen. De wijze waarop de gemeente de parkeerregulering vorm heeft gegeven, staat op zichzelf niet ter beoordeling van de belastingrechter, zo stelt het hof voorop. De taak van het hof is beperkt tot de beantwoording van de vraag of de naheffingsaanslag terecht is vastgesteld; meer in het bijzonder in dit concrete geval of de gemeente daarbij is gebleven binnen de haar krachtens de Gemeentewet toekomende bevoegdheid, waarbij ook algemene rechtsbeginselen een rol spelen. Het hof oordeelt dat het tarief voor de parkeerlocatie, noch het tariefverschil tussen deze locatie en de nabij gelegen parkeerplaatsen (waar een tarief geldt van € 2 respectievelijk € 1,05), absoluut en relatief gezien, zodanig groot is dat sprake zou zijn van een onredelijke of willekeurige heffing. Evenmin is sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel. Het hof verklaart het hoger beroep van X ongegrond en handhaaft de bestreden naheffingsaanslag parkeerbelasting.
Wetsartikelen:
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Instantie: Hof Amsterdam
Editie: 29 februari