Het kabinet vindt het onnodig de vrijwilligersvergoeding beleidsmatig te verhogen. Het verhogen kan onvoorziene nadelige effecten hebben, waardoor het niet alleen onnodig maar ook onwenselijk is. Dat schrijft staatssecretaris Van Oostenbruggen aan de Eerste Kamer.

Bij de Algemene Financiële beschouwingen is op 19 november 2024 een motie aangenomen die om een hogere maximale vergoeding vraagt. Volgens de staatssecretaris is het in bepaalde situaties voor uitkeringsgerechtigden financieel aantrekkelijker om vrijwilligerswerk te accepteren dan om een reguliere baan te aanvaarden. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de maximum vrijwilligersvergoeding in bepaalde situaties meer bedraagt dan het vrijgelaten bedrag dat mag worden bijverdiend naast een uitkering. Dergelijke verdringing van betaalde arbeid door de vrijwilligersregeling is uiteraard ongewenst en zal alleen maar toenemen indien de vrijwilligersvergoeding wordt verhoogd.

De vrijwilligersregeling in de loonbelasting is geen vrijstelling, maar een forfaitaire kostenvergoeding. De vrijwilligersvergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd. Sinds de invoering van de indexatie is het jaarmaximum al met 24% toegenomen van € 1700 naar € 2100.

Wetsartikelen:

Wet op de loonbelasting 1964 2

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Loonbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 7 april

Informatiesoort: VN Vandaag

33

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen