X is een commerciële vastgoedbelegger en sinds 2018 eigenaar van een in 1998 gebouwd multifunctioneel stadion. X heeft het stadion aangekocht voor een waarde in verhuurde staat van € 13.750.000. In geschil is de WOZ-waarde 2022 van het stadion. De heffingsambtenaar stelt de waarde vast op € 13.573.000, gebaseerd op de gecorrigeerde vervangingswaarde. X betoogt dat de waarde moet worden gesteld op de (lagere) bedrijfswaarde van € 8.827.000.
Rechtbank Gelderland bevestigt dat bij incourante onroerende zaken die uitsluitend commercieel worden geëxploiteerd, de gecorrigeerde vervangingswaarde niet hoger mag zijn dan de bedrijfswaarde. Deze bedrijfswaarde moet vanuit het perspectief van de eigenaar worden bepaald. De rechtbank verwerpt de stelling van de heffingsambtenaar dat de bedrijfswaarde geen rol speelt vanwege deels niet-commerciële exploitatie door de huurder. X maakt de lagere bedrijfswaarde echter niet aannemelijk. De koopsom uit 2018 is afkomstig uit een faillissementsverkoop en is niet marktconform. Ook de huurwaardekapitalisatieberekening is onvoldoende onderbouwd. De heffingsambtenaar voldoet wel aan zijn bewijslast. Het beroep is ongegrond, maar X heeft wel recht op een ISV van € 500.
Wetsartikelen:
Wet waardering onroerende zaken 17
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 7 april
Informatiesoort: VN Vandaag