Het Hof van Justitie EU oordeelt dat het niet in strijd met de Moeder-dochterrichtlijn is dat Litouwen geen VPB-vrijstelling verleent voor de door Nordcurrent group UAB van haar Britse dochter ontvangen dividenden, wanneer die dochter een kunstmatige constructie oplevert.

Nordcurrent group UAB ontwikkelt en distribueert computergames. In 2018 en 2019 ontvangt zij dividenden van haar Britse dochter Nordcurrent Ltd. Naar aanleiding van een controle stelt de Litouwse fiscus dat Nordcurrent Ltd. valt onder het begrip ‘ kunstmatige constructie’ die niet om geldige zakelijke redenen is opgezet. Dit betekent dat de dividenden in Litouwen zijn belast. Ook heeft Nordcurrent group UAB volgens de Belastingdienst ten onrechte kosten in aftrek gebracht in verband met aan Nordcurrent Ltd. betaalde commissie voor de distributie van games. Nordcurrent group UAB is het hier niet mee eens. De Litouwse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.

Het Hof van Justitie EU oordeelt dat het niet in strijd met de Moeder-dochterrichtlijn is dat Litouwen geen VPB-vrijstelling verleent voor de door Nordcurrent group UAB van haar Britse dochter ontvangen dividenden, wanneer die dochter een kunstmatige constructie oplevert. Daarbij is niet van belang dat die dochter geen doorstroomvennootschap is. Ook is niet van belang dat de in de vorm van dividenden uitgekeerde winsten zijn gegenereerd door op naam van die dochteronderneming verrichte activiteiten. Wel is daarvoor vereist dat de bestanddelen van misbruik aanwezig zijn. Het Hof van Justitie EU merkt verder nog op dat het wel in strijd met de Moeder-dochterrichtlijn is dat bij de vaststelling dat de dochter een kunstmatige constructie oplevert alleen de omstandigheden ten tijde van de dividenduitkeringen in aanmerking worden genomen. Verder bestaat ook strijd met de Moeder-dochterrichtlijn wanneer alleen de kwalificatie van de dochter als kunstmatige constructie tot de conclusie leidt dat moedermaatschappij door de toepassing van de VPB-vrijstelling voor deze dividenden een belastingvoordeel heeft verkregen dat het doel of de toepassing van de Moeder-dochterrichtlijn ondermijnt.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Europees belastingrecht

Editie: 7 april

Informatiesoort: VN Vandaag

63

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen