B is enig certificaathouder, bestuurder en werknemer van belanghebbende, X bv. B krijgt van X bv een maandelijkse kostenvergoeding van € 200 voor diverse kostenposten. Ook heeft B de beschikking over een Porsche Cayenne en een Porsche Carrera. X bv past alleen een bijtelling privégebruik auto toe met betrekking tot de Cayenne. Voor de Carrera wordt een rittenadministratie overgelegd die door de inspecteur wordt verworpen. Volgens de inspecteur behoort de maandelijkse onkostenvergoeding tot het loon en moet voor de beide ter beschikking gestelde auto's het autokostenforfait worden toegepast. Gevolg zijn de in geding zijnde naheffingsaanslagen loonheffingen met boeten. In beroep worden de naheffingsaanslagen gehandhaafd en de boeten gematigd. X komt in hoger beroep.
Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden heeft X bv niet aannemelijk gemaakt dat B voor eigen rekening uitgaven doet ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. De maandelijkse onkostenvergoeding is dus belast. Verder is het hof van mening dat X bv met de overgelegde rittenregistratie en hetgeen B heeft gesteld niet heeft doen blijken dat B de Porsche Carrera jaarlijks minder dan 500 kilometer voor privédoeleinden heeft gebruikt. Daarvoor roept de rittenregistratie te veel vragen op die niet afdoende beantwoord zijn. Volgens het hof heeft X bv niet aannemelijk gemaakt dat haar financiële positie zodanig is dat verdergaande matiging van de boeten is geboden. Het hoger beroep van X bv is ongegrond.
Wetsartikelen:
Wet op de loonbelasting 1964 39c
Wet op de loonbelasting 1964 13bis
Wet op de loonbelasting 1964 15d
Wet op de loonbelasting 1964 15
Wet op de loonbelasting 1964 11
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Bronbelasting, Loonbelasting
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Editie: 9 januari