X BV verkoopt op 8 juni 2023 een Tesla Model S 100D aan haar directeur-grootaandeelhouder (DGA) voor € 2668,05, terwijl de marktwaarde van de auto € 25.000 bedraagt. X BV doet op 27 juli 2023 aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2023 naar een bedrag van € 15.151 en betaalt € 10.364. De inspecteur legt op 30 augustus 2023 een naheffingsaanslag op van € 4787 en een verzuimboete van € 143. X BV stelt dat de factuurprijs de maatstaf is voor de omzetbelasting, terwijl de inspecteur uitgaat van de marktwaarde.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de naheffingsaanslag omzetbelasting ten onrechte is opgelegd. De levering van de auto vindt plaats onder bezwarende titel en de overeengekomen factuurprijs van € 2668,05 is de maatstaf van heffing voor de omzetbelasting. Het subsidiaire standpunt van de inspecteur, dat sprake is van misbruik van recht, wordt eveneens verworpen. De rechtbank acht de verklaring van X BV dat de verkoop andere redenen had dan de besparing van omzetbelasting geloofwaardig. De naheffingsaanslag en de verzuimboete worden vernietigd. De inspecteur moet het griffierecht en de proceskosten aan X BV vergoeden.
Wetsartikelen:
Wet op de omzetbelasting 1968 1
Wet op de omzetbelasting 1968 3
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Omzetbelasting
Editie: 3 maart
Informatiesoort: VN Vandaag